De industrie van de toekomst gebruikt geen fossiele brandstoffen, maar hernieuwbare energie en minder én andere materialen. In 2050 moet de Nederlandse economie volledig circulair zijn. Daarom heeft de overheid een Nationaal Programma Circulaire Economie opgesteld. Daarin staat bijvoorbeeld dat bedrijven hun grondstoffengebruik moeten verminderen of vervangen en dat de levensduur van producten omhoog moet. Wat tóch wordt afgedankt, moet hoogwaardig worden verwerkt.
Een circulaire economie vraagt ook dat bedrijventerreinen anders ingericht moeten worden. Dat is een grote opgave voor de circa 3.700 bedrijventerreinen in en om Nederlandse steden. Die moeten niet alleen als de wiedeweerga elektrificeren, maar bovendien ruimte maken voor bijvoorbeeld de opslag en herbewerking van rest- en retourstromen.
Hoe dat eruit kan zien staat in de nieuwe handreiking Ruimte voor circulaire economie op bedrijventerreinen in en om de stad. Het document is in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) opgesteld door een collectief van onderzoeks- en adviesbureaus.
We lichten vijf belangrijke adviezen uit.
#1 Efficiënt gebruik van ruimte
Een circulaire economie neemt nu nog meer ruimte in beslag dan de lineaire economie. In plaats van dat overgebleven materialen worden weggegooid of verbrand, moeten ze immers worden opgeslagen en bewerkt. En ruimte is schaars. Fysieke ruimte, maar ook milieuruimte. Een gemeente kan en mag niet onbeperkt bedrijven toelaten die geluid, geur of broeikasgassen uitstoten, zeker niet met woonwijken in de buurt. Terwijl er tegelijkertijd meer plek moet komen voor recyclers en afvalverwerkers.
De ruimte díe er is, moet dus goed benut worden. Dat kan door verschillende functies te combineren, bijvoorbeeld in een centrale hub waar herbruikbare materialen worden opgeslagen, gesorteerd en verwerkt. We kunnen ook meer in de hoogte in plaats van in de breedte bouwen, en daken benutten met zonnepanelen of groen.
Daarnaast moet er simpelweg ruimte worden vrijgemaakt. Dat gebeurt deels automatisch, doordat bedrijven die niet passen in een circulaire economie langzaam verdwijnen. Maar denk ook aan verplaatsen: voor bedrijven met beperkte impact op de omgeving is soms ook plek in de bebouwde kom.
#2 Samenwerking en gedeelde voorzieningen
De handreiking benoemt – inmiddels enigszins cliché – ‘alleen ga je snel, maar samen kom je verder’. Dat kan de vorm aannemen van een gedeelde visie, maar ook van het letterlijk delen van dingen. Denk aan een collectieve opslag, parkeerplaats en recyclefabriek. En wat voor het ene bedrijf afval is, kan een ander wellicht als grondstof gebruiken.
In het ontwerp van het Strijkviertel in Utrecht, dat vanaf 2026 gebouwd wordt, is bijvoorbeeld ruimte gemaakt voor gedeelde functies als distributiestraten, parkeren en erfafscheidingen. Dat bespaart 25 tot 30 procent ruimte. De 19 hectare aan uitgeefbare bedrijfskavels is bedoeld voor met name arbeidsintensieve mkb-bedrijven die circulair ondernemen. Het plan is om er bedrijfspanden met meerdere verdiepingen te bouwen, in plaats van ‘een standaard indeling van bedrijfshal met kantoor op maaiveld’.
#3 Lokale opwek en energiehubs
Leuk, elektrificeren, maar dan moet er wel ruimte zijn op het stroomnet. Ook daar is een oplossing voor, en wel in de vorm van energiehubs. Een voorbeeld daarvan is de gezamenlijke energiecoöperatie op Schiphol Trade Park. Twaalf bedrijven delen daar vier netaansluitingen. Met behulp van een Energie Management Systeem (EMS) worden vraag en aanbod van energie op elkaar afgestemd. Dat wordt gecombineerd met zonnepanelen én batterijen voor de opslag van goedkope zonnestroom. Ook bedrijventerrein Spaanse Polder in Rotterdam werkt aan energieopwekking en de aanleg van lokale energie- en warmtenetten.
In het kader van ‘voorzieningen delen’ kunnen er op bedrijventerrein bovendien gedeelde laadfaciliteiten voor elektrische vrachtwagens worden gebouwd. Door de komst van zero-emissiezones moet het aantal elektrische vrachtwagens in Nederland tot 2030 stijgen naar 16.000 stuks.
#4 Zuinig en slim watergebruik
Veel productiebedrijven gebruiken grote hoeveelheden water om te wassen, te koelen of stof te vermijden. In veel gevallen is dat steeds schaarser wordende drinkwater. Circulaire bedrijventerreinen zetten samen in op waterbesparing door bijvoorbeeld regenwater op te vangen en water op het terrein zelf te zuiveren voor hergebruik.
Te veel bebouwing kan daarnaast zorgen voor wateroverlast, omdat regenwater niet de grond in kan. Bedrijventerrein Greenport in Venlo voorkomt dat met een goed doordacht watersysteem van verschillende vijvers die regenwater vasthouden en vervolgens in de grond laten zakken of afvoeren naar bestaande beken. Ruim 30 procent van het totale oppervlak van het bedrijventerrein blijft bovendien onbebouwd, zodat regenwater daar de bodem in kan zakken.
#5 Duurzame gebouwen
Niet alleen de activiteiten op bedrijventerreinen zijn belangrijk voor de overstap naar een circulaire economie, maar ook de gebouwen zelf. Die moeten niet alleen energie- en waterbesparend zijn, maar ook van circulaire bouwmaterialen gemaakt. Denk aan hergebruikte materialen en hout- en vezelproducten.
Zo verwacht Strijkviertel dat de te gebruiken materialen in de toekomst kunnen worden hergebruikt doordat ze ‘losmaakbaar’ zijn gemonteerd. En op Greenport Venlo mogen bedrijven alleen gasloos bouwen.




