Emma Rotman 06 maart 2020, 11:26

Arthur van Schayk, Remeha, wil Champions League spelen in de warmtetransitie

Arthur van Schayk is algemeen directeur bij Remeha. Het bedrijf levert oplossingen voor verwarming en warm water en speelt daarmee een centrale rol in de warmtetransitie. In de Green Leaders podcast legt Van Schayk uit hoe Remeha daarin het voortouw neemt en wat zijn persoonlijke drijfveren zijn.

Paul van liempt arthur van schayk studiohiske

“Wij geloven heilig dat waterstof een volgende fase is in de gastransitie”, zegt Van Schayk in de Green Leaders podcast. De huidige CV-ketels kunnen al 25 procent inmenging van waterstof aan, maar Remeha wil zelf de volgende fase inluiden. Vorig jaar had het bedrijf een wereldprimeur met het verwarmen van een bestaand appartementencomplex in Rotterdam met 100 procent groene waterstof.

Bestaande bouw

De grootste uitdaging in de warmtetransitie is volgens Van Schayk de bestaande bouw. “85 procent van de huidige woningvoorraad staat er in 2050 nog steeds”, zegt Van Schayk. Daar zet hij met Remeha dan ook sterk op in, bijvoorbeeld door hybride warmtepompen te ontwikkelen. “De truc is om een hybride warmtepomp te hebben, die samenwerkt met de bestaande CV-ketel. Die hybride warmtepomp gebruikt elektriciteit als het kan en gas als het moet.”

Volgens Van Schayk kan dit systeem een oplossing bieden voor de helft van de bestaande woningen in Nederland. Eén oplossing voor alle woningen is er volgens hem niet; duurzame warmte vraagt om verschillende oplossingen naast elkaar.

Verhalen maken

Remeha, een voormalig familiebedrijf, heeft maatschappelijke relevantie hoog in het vaandel staan. Van Schayk kreeg bij zijn aantreden dan ook een opdracht mee van zijn voorgangers: zorg dat je er maatschappelijk toe doet. Gedurende zijn tijd bij Remeha raakte hij overtuigd van de maatschappelijke relevantie van innovatieve producten en diensten. “Toen ik er begon, vond ik het gewoon een gave baan. Maar Remeha heeft die maatschappelijke relevantie bij me gebracht”, vertelt hij in de podcast.

Toen hij ging studeren, twijfelde hij tussen bedrijfseconomie en journalistiek. Zijn passie voor verhalen maken neemt hij nu ook mee als directeur van Remeha. “Verhalen maken is een deel van mijn werk. Je ontwikkelt een visie en strategie, bepaalt een richting. Maar uiteindelijk wil je een verhaal maken van hoe je met elkaar een stuk van de nieuwe werkelijkheid realiseert.”

Interview: Paul van Liempt | Beeld: StudioHiske

Van Nieuwenhuizen: Nederland moet vooroplopen met duurzame luchtvaart

Een bijmengverplichting kan de luchtvaartsector op twee manieren vergroenen. Op korte termijn kan het de CO2-uitstoot van de luchtvaart verlagen; tegelijkertijd kan het de productie van duurzame brandstoffen versnellen. De inzet van duurzame luchtvaartbrandstoffen is een van de weinige mogelijkheden om op korte termijn de uitstoot binnen de sector te reduceren, schrijft minister Van Nieuwenhuizen in een Kamerbrief.“Met duurzame vliegtuigbrandstof kunnen we grote stappen voor een schonere luchtvaart zetten. We hebben het nodig om op korte termijn de uitstoot terug te dringen. Met een verplichte bijmenging kunnen we de productie van groene brandstoffen, zoals biokerosine en synthetische kerosine aanjagen”, aldus de minister. De bijmengverplichting moet over drie jaar in gaan.Nederland als pionierIn Nederland zijn verschillende partijen al bezig met de ontwikkeling van duurzame brandstoffen voor de luchtvaart. In Delfzijl bouwt SkyNRG een fabriek voor duurzame kerosine, die in 2022 open moet gaan. Ook Schiphol werkt aan een demonstratiefabriek om synthethische kerosine te produceren.Lees ook: SkyNRG: 'Vliegen op 100 procent duurzame kerosine wordt mogelijk'Van Nieuwenhuizen wil nu met een kopgroep van EU-lidstaten de ontwikkeling van duurzame brandstoffen verder stimuleren. Begin deze maand komen vertegenwoordigers van deze lidstaten op uitnodiging van Nederland in Brussel bijeen om ontwikkelingen op het gebied van duurzame luchtvaart te delen.Plan BLukt het niet om binnen drie jaar een Europese bijmengverplichting door te voeren, dan wil Van Nieuwenhuizen duurzame luchtvaart op een andere manier stimuleren. Haar plan B is een nationale bijmengverplichting. Vanaf 2023 zouden vliegtuigen op Nederlandse luchthavens dan alleen nog kerosine kunnen tanken die is bijgemengd met duurzame brandstof.In 2050 moet de CO2-uitstoot van de internationale luchtvaart gehalveerd zijn ten opzichte van 2005. Volgens het Ontwerpakkoord Duurzame Luchtvaart moet 14 procent van de luchtvaartbrandstof in Nederland in 2030 duurzaam zijn. In 2050 moet alle fossiele kerosine vervangen zijn door duurzame alternatieven.Lees ook: Duitsland wil klimaatneutraal vliegen met waterstofBron: Rijksoverheid | Beeld: AdobeStock