Willemijn van Benthem 29 september 2021, 15:26

Arthur van Schayk, Remeha: “Met de hybride warmtepomp staan we aan de vooravond van een revolutie!”

De komende maanden spreken wij directeuren en andere beslissers uit het bedrijfsleven over de kansen en uitdagingen van de toekomsteconomie. Dit keer: Arthur van Schayk, algemeen directeur van Remeha: “Als we in de toekomst van gas naar waterstof overstappen, kunnen we ook onze hybride warmtepomp inzetten”.

Arthur van Schayk fotografie Ilse Leijtens Onder leiding van Arthur van Schayk transformeerde Remeha van producent van CV-ketels tot aanbieder van duurzame binnenklimaatsystemen.

Wat doet Remeha zoal om de klimaatdoelen van Parijs te halen?

“We hebben Remeha afgelopen drie jaar weten te transformeren van leider in cv-installaties tot leider in duurzame en dus groene klimaatsystemen. We hebben ons dus verbreed. Zowel op het gebied van gas als op elektriciteit kunnen wij nu structurele oplossingen bieden. Niet alleen bij mensen thuis, maar ook voor stadsverwarmingen.

Dat is ons gelukt door een aantal overnames, maar onze interne organisatie ontwikkelt zich ook steeds verder. Voorheen waren we voornamelijk een business-to-business merk, nu richten we ons steeds meer op de consument. Dus we spreken nu met heel andere klanten. Dat vereist dat we veranderen. We hebben onze HR-afdeling bijvoorbeeld flink verzwaard, om te zorgen dat we mensen aantrekken die ons kunnen helpen om steeds duurzamer en innovatiever te worden. En we besteden natuurlijk veel aandacht aan het verder ontwikkelen van onze producten. We moeten blijven innoveren.”

Liever luisteren? Arthur van Schayk was onlangs te gast in onze podcast Change Short Stories:

Welke bijdrage ga je de komende jaren leveren aan de toekomsteconomie?

“We maken een enorme stap met het doorontwikkelen van onze hybride warmtepomp. Deze pomp is zo groot als een schoenendoos. Je plaats ‘m naast je cv-ketel en kunt zo je woning tot 70 procent minder gas laten gebruiken. Op het moment dat het huis alleen moet worden verwarmd, gebruik je de warmtepomp. Maar zodra er warm water nodig is, of als het buiten onder de vier graden Celsius is, springt de cv-ketel aan. Met deze hybride versie kunnen we 2 tot 4 miljoen woningen in Nederland verduurzamen. En ook kunnen we deze installeren in nieuwbouw of als vervanging voor stadsverwarming. We kunnen zo hele grote stappen maken naar het Klimaatakkoord.

Omdat het zo’n grote en nieuwe ontwikkeling is, is het van belang dat we goed voorbereid zijn. Er moet goede communicatie zijn met de woningeigenaren en projectontwikkelaars en gemeentes. Dat zijn allemaal partijen die deze hybride warmtepomp gaan toepassen in hun gebouwen. En er moet een training worden opgezet voor de installateurs, zodat zij de warmtepompen kunnen installeren en uitleg kunnen geven.

Met dit project staan we aan de vooravond van een revolutie! Want hiermee los je echt een groot deel van het CO2-uitstoot op die vanuit de oude cv-ketels werd veroorzaakt. En het mooie is dat we de hybride warmtepomp ook kunnen gebruiken als we in de toekomst van aardgas overstappen op waterstof. Omdat we cv-ketels beschikbaar hebben die klaar zijn om te draaien op waterstof.”

Wat moet er veranderen om de energietransitie in beweging te krijgen?

“De techniek hebben we in huis, dat is het probleem niet meer. Maar hoe zorgen we dat mensen het weten en ook toegang krijgen tot deze ontwikkelingen? Met een aantal brancheverenigingen en de overheid zijn we een coalitie aangegaan om te zorgen dat we dit project in geheel Nederland kunnen uitrollen. Zo proberen we impact te krijgen op het regeerakkoord. We gaan nu een test doen met 200 hybride warmtepompen. Ook zijn we bezig met een financieringsmodel waarmee je met je werkgever voor een warmtepomp kunt sparen, via een employee benefit model. Dit concept wordt uitgevoerd door HAAS heat, wat staat voor Heating As A Service. Het is een soort fietsenplan, waarbij je met je vrije dagen of brutosalaris kunt sparen voor een warmtepomp voor thuis. Een ander laagdrempelig model is onze samenwerking met econic, waarbij consumenten een hybride warmtepomp kunnen huren. Vervolgens kan de consument het huurbedrag terugverdienen op de stookkosten.

We hebben duizenden installateurs nodig voor de energietransitie, bijvoorbeeld om al die warmtepompen te installeren en te onderhouden. Daarom investeren we enorm in onze opleidingen. We leiden nu 5.000 monteurs per jaar op, dat worden er 10.000 per jaar. En met onze aandeelhouder De Stichting Aandelen Remeha ontwikkelen we een educatiestrategie. Daarmee gaan we naar basisscholen, middelbare scholen, MBO’s, HBO‘s, universiteiten en ook naar de zij-instromers. We willen laten zien dat techniek waanzinnig leuk is, en dat je zo een actieve bijdrage kunt leveren aan het verduurzamen van onze wereld. Daarnaast stellen we onze producten beschikbaar als trainingsmateriaal voor opleidingen waar praktijkles wordt gegeven. En we bieden stageplekken. Dat helpt ons ook om de juiste mensen aan te nemen en hen aan ons te binden. Uiteindelijk bepaalt de instroom je uitstroom. En mensen zijn toch je grootste kapitaal om een beweging als deze te kunnen maken.”

Dit artikel is onderdeel van een reeks interviews met directeuren en andere beslissers over hun impact op de toekomsteconomie. Benieuwd naar de andere interviews? Meld je gratis aan en ontvang onze nieuwsbrief.

Is dit het antwoord op een overvol elektriciteitsnet?

Bij Schiphol Trade Park in Hoofddorp is het een komen en gaan van graafmachines en bouwvoertuigen. Hier bouwen vastgoedontwikkelaar Intospace en energie-infrastructuurspecialist Joulz aan een distributiecentrum dat zichzelf van energie zal voorzien. Het pand van 55.000 vierkante meter zal geen stroom afnemen van het elektriciteitsnet. Het krijgt alleen een aansluiting om stroom terug te leveren. En dat is nodig, want de jaarproductie van het gebouw waar zo’n 22.000 zonnepanelen op komen, is 7,6 megawattuur. En dat is meer dan het distributiecentrum zelf nodig heeft. Dat het pand voorlopig geen afnamecapaciteit krijgt, is noodgedwongen. “De vastgoedontwikkeling stokt vanwege netcongestie”, zegt Mike Sterkenburg, manager infradiensten bij Joulz. “We krijgen steeds meer aanvragen van projectontwikkelaars voor gebieden die economisch en qua infrastructuur heel interessant zijn, maar die geen aansluiting kunnen krijgen op het net.” Vooral rond Amsterdam en in de rest van Noord- Holland zijn de problemen groot. “Hier zijn veel datacenters neergezet. Die slurpen energie. In deze gebieden kan de komende vijf jaar geen extra aansluiting meer gedaan worden.” Overbelast Vanwege de grootschalige elektrificatie van ons energieverbruik zal dit de komende jaren alleen maar zal toenemen. De verwachting is dat rond 2030 vijftig procent van het elektriciteitsnetwerk overbelast is. “Je krijgt steeds meer elektrisch vervoer en warmtepompen. En in landelijke gebieden en aan de randen van steden wordt steeds meer zonne- en windenergie opgewekt. Terwijl in die streken het elektriciteitsnet juist dun is omdat de vraag naar stroom daar altijd laag was. Dat zijn de fundamentele veranderingen die het elektriciteitsnet onder druk zetten”, zegt Michiel van Schravendijk. Vanuit zijn rol als business developer stond Van Schravendijk aan de wieg van de virtual power grid oplossing van Joulz. “De stappen die de netbeheerders moeten zetten om dat bij te benen, zijn zo groot, dat is qua geld, kennis en mensen niet te doen.” Daardoor ontstaat er een run op netaansluitingen. “Het is nu: wie het eerst komt, het eerst maalt. En als het op is, is het op. In veel gevallen komen projectontwikkelaars er pas laat achter”, zegt Van Schravendijk. “Dan hebben ze een stuk grond op een fantastische plek maar zonder stroom.” En tijd om te wachten tot het net verzwaard is, hebben deze ondernemers ook niet. “E-commerce heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen”, zegt Sterkenburg. “Als ze wachten, zijn ze de positie in de markt en dus het momentum kwijt.”Virtual power grid Joulz, zelf tot 2019 onderdeel van netbeheerder Stedin, bedacht daarom een oplossing: Een virtual power grid, wat zoveel inhoudt dat de energievoorziening zo geregeld is dat aansluiting op het elektriciteitsnet helemaal niet nodig is. Dat is een complexe operatie - zowel technisch als financieel. Maar dat merkt alleen Joulz. “We zorgen dat voor de bedrijven die uiteindelijk het pand gaan gebruiken, het zo normaal mogelijk is. Want die willen gewoon stroom”, zegt Van Schravendijk. Essentieel daarbij is natuurlijk de leveringszekerheid. “Je wil niet hebben dat je met flikkerende lichten zit omdat de stroomvoorziening hapert.” Ook de kwaliteit van de elektriciteit moet goed zijn. “Elektronica zoals robots die het sorteerwerk doen, kunnen slecht tegen fluctuaties in de spanning.” Joulz ontwierp daarvoor het complete energiesysteem. Uiteindelijk haalt de virtual power grid van Joulz 99,99 procent leveringsbetrouwbaarheid. Dat is een betrouwbaarheid die heel dicht in de buurt komt van wat je op het publieke net krijgt.” Opwek en consumptie in balans Daarvoor neemt Joulz alles over. “We ontwerpen het geheel en zijn verantwoordelijk voor het hele energiesysteem. We leveren de duurzame stroom en zorgen voor een spreiding over de dag met behulp van batterijen. En voor een donkere decemberweek hebben we een gasgenerator achter de hand”, zegt Van Schravendijk. Een algoritme houdt de vraag en het aanbod van de stroom constant in balans. Het ontwikkelen en besturen van zo’n virtual power grid kost veel geld. “Hoeveel dat is, hangt af van de omvang en complexiteit van het energiesysteem dat nodig is”, zegt Sterkenburg. “Maar het gaat hier om grote bedragen.” Joulz investeert dat en verdient het terug met de levering van de stroom. Duurzame en pragmatische oplossingen Hoewel een deel van de energievoorziening met behulp van gasgeneratoren gaat, is een virtual power grid een duurzame oplossing, vindt Van Schravendijk. Want het stelt ondernemers is staat om hun bedrijfsvoering te verduurzamen, ook al is er geen ruimte om terug te leveren aan het net. Ook kan in plaats van aardgas gekozen worden voor bijvoorbeeld groen gas. Bovendien is het een tijdelijke oplossing, zegt Van Schravendijk. “Zodra het net verzwaard is halen wij de fossiele generatoren weg, maar wat blijft staan is de duurzame opwek. Daarmee maken we dus niet alleen op korte termijn impact door het congestieprobleem op te lossen, maar werken ook mee aan de energietransitie op de lange termijn.” “Over de energietransitie worden veel mooie visies geschreven”, vult Sterkenburg aan. “Maar het zijn de pragmatische, technische oplossingen die het daadwerkelijk mogelijk maken dat de klimaatdoelstellingen gerealiseerd worden.”