Hannah van der Korput
05 april 2024, 15:00

Anne&Max-oprichter Wobbe van Zoelen: ‘Mensen bestraffen omdat ze koemelk drinken, vind ik raar’

Veel vegetarische gerechten, biologische producten en eten met het seizoen: voor horecaformule Anne&Max is het een recept voor succes. In 2005 opende de eerste zaak in Haarlem, inmiddels zijn er 29 vestigingen verspreid over heel Nederland.

Wobbe van Zoelen “Misschien lopen we voorop als het gaat om duurzaamheid. Superfijn, maar het is niet de reden van ons bestaan." | Credits: Anne&Max

Ik ontmoet oprichter Wobbe van Zoelen bij Anne&Max in Utrecht, pal naast de Dom. Op die plek is recent een nieuwe zaak inclusief hotel geopend. Dat laatste was een lang gekoesterde wens, vertelt hij tijdens een rondleiding. “Gaaf dat het is gelukt. En dan met dit uitzicht!” Hij wijst vanuit het dakraam naar de Domtoren die langzaamaan weer wordt uitgepakt na de restauratie. Dan zal het plaatje nog mooier zijn. “Dat gasten nu ook kunnen blijven slapen, is super. Het is ook zoeken. Ik wil ondernemen volgens mijn eigen normen en waarden. Hoe dat eruitziet in een café, weet ik inmiddels wel. Een hotel is heel anders. Het brengt nieuwe keuzes en uitdagingen met zich mee.”

Anne&Max

Die normen en waarden waren van het begin af aan duidelijk, vertelt hij als we aan de koffie zitten. “Ik wil eerlijke, biologische producten serveren. Daar heeft Anne&Max zijn naam ook aan te danken. Het document met daarin mijn businessplan heb ik destijds Anne genoemd. Je moet zo’n bestand nu eenmaal een naam geven en ik vond Anne mooi. Toen ik op zoek ging naar biologische koffie, benaderde ik Max Havelaar. Er volgde een mailwisseling met de onderwerpregel Plan Anne en Max Havelaar. Dat heeft uiteindelijk geleid tot Anne&Max.”

95 procent biologisch

De koffie vond hij overigens niet. De markt voor biologische producten was destijds erg beperkt. “En nog steeds is er sprake van een biologische en een reguliere wereld. In de supermarkt liggen de biologische tomaten nog altijd apart. Dat slaat natuurlijk nergens op. Een tomaat is een tomaat. Die wil je toch zo duurzaam, lekker en goed mogelijk telen?

Hoe dan ook, we zitten nu op een niveau dat we voor 95 procent biologisch zijn. Voedsel verbouwen zonder gif is naar mijn mening beter voor de biodiversiteit en de mensen die op het land werken. Ik zie het ook als een soort 360 graden gastvrijheid. Als je gek bent op je gasten, dan wil je ze het meest gezonde voedsel aanbieden. Ik zie het dus ook als onze verantwoordelijkheid om dit soort keuzes te maken.”

Positief

Van Zoelen is opgewekt en positief. Dat gevoel wil hij overbrengen in alle cafés van Anne&Max. De zaak in Utrecht is licht, het is er warm en de muziek staat zachtjes aan. De sfeer voelt ongedwongen, iets waar hij veel waarde aan hecht. “Ik wil niet verkondigen dat mensen geen vlees meer mogen en moeten consuminderen. Op onze menukaart is spek en zalm te vinden. Liever stimuleer ik gasten op een positieve manier om bewuster te eten. Daar zie ik veel meer een oplossing in dan verbieden.”

Zo krijgen plantaardige gerechten een goede plek op de menukaart zodat ze in het oog springen en meer worden verkocht. Ook serveren de cafés de Brandt & Levie Hotdog. Deze bestaat voor 65 procent uit verantwoord vlees, aangevuld met groenten. Anne&Max gaf als eerste landelijke keten korting op koffies met plantaardige melk. “Dat is onderdeel van die positieve benadering. Je kan mensen bestraffen omdat ze koemelk drinken en daar een meerprijs voor rekenen, maar dat vind ik raar. Logischer is het om korting te geven op havermelk en zo de plantaardige keuze te stimuleren. Dat heeft effect: 24 procent van al onze melkkoffies is al met havermelk. Bovendien volgden koffieketens ons voorbeeld. Dat is natuurlijk heel leuk om te zien.”

Plantaardige gerechten krijgen een goede plek op de menukaart zodat ze in het oog springen en meer worden verkocht. | Credit: Anne&Max

Koffieketen

Over koffie gesproken: voor de espressobonen werkt Anne&Max exclusief samen met zes biologische boeren uit Peru. De keten is geheel transparant. “Zij verbouwen koffie voor ons en wij helpen om hun plantage steeds verder te verbeteren. Dat is natuurlijk ook in ons belang, want zo krijgen wij de lekkerste koffie. Een van de lastigste dingen na de oogst is het drogen van de koffiebessen. We hebben nu Afrikaanse droogbedden bij de plantage neergezet. Die bevorderen de luchtcirculatie. Boeren storten daar de bessen op, waardoor het beter droogt. Zo blijft er meer kwalitatieve koffie over om te verkopen. Wil je trouwens nog een kopje?”

Avocado

De horecaketen serveert geen avocado. Waarom eigenlijk niet? “Ik denk dat ik die vraag wekelijks krijg. Gasten stellen hem vaak. Ik leg dan uit dat avocado’s een enorme footprint hebben. Ze zijn superlekker, maar komen van heel ver en zijn milieuonvriendelijk om te verbouwen. Er is een enorme hoeveelheid water voor nodig. Daarbij geef ik de voorkeur aan lokale producten, dus kies ik ervoor om menu’s op te bouwen zonder avocado’s. Dat lukt heel goed. Er zijn genoeg andere, milieuvriendelijkere alternatieven. Misschien hebben we onderweg wel eens een avocadoliefhebber verloren. Dat is dan maar zo.”

Gasten reageren over het algemeen begripvol. “Soms wordt de opmerking gemaakt dat onze koffie uit Zuid-Amerika komt. Ook niet bepaald om de hoek. En dat klopt, maar voor avocado’s zijn genoeg alternatieven. Voor koffie is dat nog een beetje lastig.”

Duurzaamheid is niet genoeg

Ondanks alle weloverwogen keuzes en initiatieven vindt Van Zoelen duurzaamheid alleen niet genoeg. “Anne&Max moet vooral een fantastische plek zijn waar mensen onbezorgd kunnen genieten. Dat lukt alleen als het mooi, warm en gezellig is. We willen echt een huiskamer in de stad zijn waar mensen komen werken, bijkletsen of rustig ontbijten.” Dat lukt aardig. In het café zitten studenten achter laptops en ouders die koffie drinken, terwijl hun kind een dutje doet in de wandelwagen.

“Misschien lopen we voorop als het gaat om duurzaamheid”, vervolgt hij. “Dat is natuurlijk superfijn, maar het is niet de reden van ons bestaan. Voor mij is duurzaamheid een basisvoorwaarde om goed te ondernemen. Ik hoop dat over tien of twintig jaar álle horeca duurzaam is. Daar ga ik eigenlijk wel vanuit. Zou duurzaamheid ons enige onderscheidende vermogen zijn, dan houdt de reden van ons bestaan op dat moment op. Dat lijkt me zonde. Het onderscheidende vermogen van Anne&Max is dus echt dat huiskamergevoel. Iedereen is welkom. En hoe meer mensen komen, hoe meer positieve impact we kunnen maken.”

Franchise

Inmiddels telt de horecaformule 29 vestigingen. Dit jaar komen daar nog eens zes bij. Het zijn veelal franchisezaken die worden gerund door verschillende ondernemers. Om de eenheid te bewaken, heeft iedere locatie dezelfde leveranciers, menukaart, servies en werkkleding. “Elke zaak draagt dezelfde missie uit. Waar we voor staan, komt terug in iedere training, cursus en meeting. Zo houden we koers. En natuurlijk doet iedere ondernemer het net weer even anders. Dat is prima. Fijn, zelfs. Bij Anne&Max zijn veel ondernemers betrokken met allemaal een eigen blik. Iedereen ziet weer andere dingen die nog beter kunnen. Dat werkt hartstikke goed. Ik pretendeer niet dat we alles al goed doen, want ik weet dat dat niet zo is. Daarom helpen we elkaar.”

Horeca uitnodigen

Volgens Van Zoelen kan één duurzame keuze veel teweeg brengen. “Neem de keuze voor biologisch. Daardoor worden mensen beter gevoed en boeren die werken met oog voor de natuur gesteund, wat weer zorgt voor meer leven op het land. Er gebeurt van alles met één simpele keuze. En het mooie is dat iedere horecaondernemer zulke keuzes kan maken. Ik wil de horeca dan ook uitnodigen om knopen door te hakken. Die stap voorwaarts is echt niet zo moeilijk.”

Lees ook:

Als het aan dit bedrijf ligt, hoeft Nederland tot 2074 geen nieuwe verkeersborden te laten maken

Het bedrijf haalt afgedankte borden terug bij gemeenten, waterschappen, provincies en Rijkswaterstaat en betaalt daarvoor. Daarna worden de borden schoongemaakt met een hogedrukspuit op regenwater, wordt er een nieuwe folie op geplakt en worden de borden als bijna nieuw terug verkocht aan de overheden. Zo krijgen ze een tweede leven. De nieuwe folie gaat 20 jaar mee, het aluminium bord zeker 80 jaar. Door deze methode daalt de uitstoot van verkeersborden naar bijna nul. Goedkoper en duurzamer “Ze zijn zo goed als nieuw. Alleen aan de achterkant zitten wat krassen of een stickertje. Dit maakt de productie van nieuwe verkeersborden in Nederland de komende vijftig jaar, dus tot 2074, overbodig. Deze methode is goedkoper en kan miljoenen tonnen CO2 besparen. Als je het economisch bekijkt is er geen reden om het niet te doen”, zegt CEO Guy Zwart van AGMI. 3 miljoen verkeersborden is genoeg AGMI maakt al 75 jaar borden, lichtbakken, wegwijzers en draagconstructies voor wegen en tunnels. De laatste jaren zet het bedrijf vol in op verduurzaming en innovatie. Twee vragen staan daarbij voorop: hoe kun je duurzamer produceren? En hoe kun je duurzamere materialen gebruiken? Nederland telt 3 miljoen aluminium verkeersborden langs en boven de wegen en in de opslag bij gemeenten. Dat zijn er meer dan genoeg, vinden ze bij AMGI. Alleen al boven rijkswegen, provinciale wegen en gemeentelijke randwegen hangen 1 miljoen blauwe borden. Verder wordt in Nederland jaarlijks 30.000 vierkante meter aan nieuwe borden geleverd. Dat laatste is volgens AGMI niet echt nodig. “We kunnen heel veel energie steken in het ontwikkelen van nieuwe productieprocessen en nieuw materiaalgebruik, maar waarom gaan we niet gewoon gebruiken wat we hebben? De hele voorraad is meer dan voldoende om de jaarlijkse vraag naar borden aan te kunnen,” zegt Zwart.CEO Guy Zwart en operationeel directeur Franka van de Gevel van AGMI bij de nieuwe high-precision rainwater jet machine.Waarom weggooien? Een verkeersbord bestaat uit twee elementen: de aluminium drager en de reflecterende folie. Het aluminium bord slijt niet of nauwelijks, de folie wel. Door regen, wind, zon, graffiti of vandalisme. Als het folie versleten is, gaan de borden in de oud ijzerbak of ze staan weg te kwijnen op talloze gemeentewerven. Alleen maar omdat de sticker niet voldoet. “Een raar mechanisme”, vindt Zwart. “De maatvoering van de borden is wettelijk vastgelegd en verandert niet, het aluminium is niet versleten, en toch gooien we het geheel weg.” Geen refurbishing bij bordenfabrikanten Dat weggooide aluminium wordt door smelterijen omgesmolten tot nieuwe grondstof, maar toch. AGMI maakt nu al borden van gerecycled aluminium, maar wilde nog een stap verder gaan. Afgedankte borden voorzien van een nieuwe sticker en daarna hergebruiken. Refurbishen dus. Het bedrijf onderzocht of in Europa meer fabrikanten hiermee bezig zijn en schrok van de conclusie: niemand doet dit nog. “Alle bordfabrikanten maken nieuwe borden met nieuw materiaal. Dat is heel raar. Verbazingwekkend zelfs”, stelt Zwart. 3 procent van CO2-uitstoot De winning en productie van aluminium heeft een enorme negatieve impact op milieu en klimaat. Bij de winning uit bauxiet komt wereldwijd 180 miljoen ton rode modder per jaar vrij, een giftige drab van ijzeroxide en silicium, met sporen van zware metalen, die soms licht radioactief is. Die wordt vaak gestort in vervuilde poelen en afvalbergen. Daarna wordt in ovens van 1.000 graden Celsius aluinaarde gemaakt, wat in smelterijen van ook weer 1.000 graden wordt omgezet in aluminium. Dat vergt veel energie. De productie van aluminium stoot jaarlijks dan ook 270 miljoen ton CO2 uit, berekende het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Dat is 3 procent van de wereldwijde uitstoot. Het goede nieuws: eenmaal geproduceerd aluminium is oneindig om te smelten en te recyclen. Bijna 100 procent van al het aluminium in Europa wordt al gerecycled. Maar het is dus ook te hergebruiken, zoals AGMI laat zien.Schoonmaken erg duur Daarom wilde AGMI een systeem ontwikkelen om afgedankte borden met een nieuwe sticker te kunnen hergebruiken. Uitgangspunt was dat het inkopen van het bord, het schoonmaken en het voorzien van een nieuwe sticker niet duurder mag zijn dan de productie van een nieuw bord. Gezien de hoge prijzen van nieuw aluminium zou dat makkelijk moeten kunnen, maar dat is niet altijd zo. Vooral het schoonmaken bleek erg duur. “Een bord terughalen en de folie er vanaf krijgen, dat lukt wel. Maar je moet dat niet bord-voor-bord, maar in massa doen. Dat is niet zo makkelijk”, zegt Zwart. Hogedrukspuit Het bedrijf onderzocht verschillende methoden om dat folie op industriële wijze van de borden af te kunnen halen. Eraf branden was niet duurzaam, want dat zorgt voor toxische walmen. Hetzelfde geldt voor chemisch behandelen. Eraf freezen kan wel, maar dan beschadig je het aluminium deel van het bord. Dat wil je nu juist intact laten. Bovendien komt de lijmlaag in de freesmachine vast te zitten. Bleef één optie over: verwijderen onder hoge waterdruk. Samen met een scheepsbouwer die verf van schepen afspuit ontwikkelde AGMI in coronatijd een machine die dat kan: de high-precision rainwater jet. Kijk hier hoe verkeersborden bij AGMI worden gerefurbished:500 vierkante meter per dag Dat is niet zomaar een hogedrukspuit. Het is een industriële machine die momenteel op een lopende band per dag bij 500 vierkante meter aan borden de folie eraf spuit. Dat proces is nu al goedkoper dan het maken van een nieuw bord, zelfs als de afschrijving van de machine en de ontwikkelkosten worden meegerekend. Bovendien gebruikt AGMI geen kraanwater, maar regenwater. Dat water en de pulp worden opgevangen en gefilterd, zodat het water opnieuw gebruikt kan worden. Dat klinkt simpel, maar de ontwikkeling van dat proces vergde ook weer een jaar. Intussen is octrooi aangevraagd voor de machine, waardoor de technologie automatisch beschermd is. Beweging op gang brengen De nieuwe inzamel- en refurbish service heet Re-Sign. Diverse overheden in Nederland staan te springen om hier gebruik van te maken. Ook uit Duitsland en Frankrijk is er interesse. Vrijdag 5 april sloot AGMI een overeenkomst met een bedrijf dat stickers op borden plakt om samen deze methode in de markt te zetten. Overheden kunnen met Re-Sign hun CO2-uitstoot voor verkeersborden drastisch verlagen. Zwart: “Het enige wat we verbruiken is groene stroom en regenwater. We willen hiermee een beweging op gang brengen. Dat begint in Nederland, dan gaat het naar de Benelux en daarna naar Duitsland, Frankrijk en de Scandinavische landen.” Lees ook: ‘Rode modder’ uit de aluminiumindustrie wordt groen staalHaaientanden en middenstrepen kunnen veel duurzamer: ‘Wereld te winnen’Apple investeert in aluminium zonder CO2-uitstoot: 'Een doorbraak'‘Eindeloos recyclebare lantaarnpalen net zo goed als nieuw’