André Oerlemans
06 februari 2025, 13:00

Aggregaat op zon, batterij en brandstofcel voorkomt stikstofuitstoot op bouwplaats

Volta Energy biedt met aggregaten op zonne-energie, een batterij en biobrandstof al acht jaar een groen alternatief voor dieselgeneratoren. Nu heeft het bedrijf de verbrandingsmotor vervangen door een brandstofcel en stoot de Volta helemaal geen stikstof meer uit. Bedrijven die bang zijn dat de bouw vanwege de recente stikstofuitspraken weer stil valt, staan er voor in de rij.

U2x Qjild L Iv7 Ar9 L7 Qgy N1 EWHX5 T9xxs6 H Yi8 O43 Roel (rechts) en Luc Bleumer richtten in 2017 Volta Energy op. | Credits: Studio TRIX

“We zijn van stikstofarm naar stikstofvrij gegaan”, zegt Roel Bleumer, die het bedrijf in 2017 samen met zijn broer Luc oprichtte. Hun verhaal klinkt als het bekende jongensboek. Na hun studie in de schuur van pa en ma begonnen met de bouw van een aanhanger met zonnepanelen. Inmiddels is Volta Energy een goed lopend bedrijf met ruim 55 werknemers en 394 duurzame aggregaten voor de verhuur. Over drie jaar wil het bedrijf er 3.000 verhuren in heel Europa.

Van festivals tot Schiphol

De Volta’s draaiden tot nu toe op zonnepanelen, een batterij en een bio-dieselaggregaat als back-up. Die is nodig als de zon een paar dagen niet schijnt en de batterij leeg raakt. De aggregaten variëren in vermogen van 6, 15, 45 tot 120 kilovoltampère (kVA). Ze vormen een stil en schoon alternatief voor benzine- en dieselgeneratoren omdat ze de uitstoot van CO2 en stikstof verminderen. Ze worden ingezet op festivals en feesten, bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen, voor noodstroom voor winkels en kinderboerderijen, bij zendmasten, bij werkzaamheden op Schiphol en op andere bouwplaatsen.

Geen verbrandingsmotor meer

Het hybride karakter van de zonnepanelen, de batterij en het biodieselaggregaat – hoe duurzaam ook – zat de broers dwars. “We besparen hiermee heel veel emissies. Maar doordat de verbrandingsmotor lucht aanzuigt, waar stikstof in zit, stoot die bij de verbranding toch een beetje stikstofoxide (NOx) uit. Daar wilden we vanaf,” vertelt Bleumer.

Subsidie

Het alternatief is dan een brandstofcel op waterstof, maar dat is volgens hem een moeilijke brandstof. Vooral vanwege het transport. “Als ik voor 10 kilowattuur waterstof wil vervoeren moet ik drie kubieke meter gas transporteren. Bij 10 kilowattuur benzine of diesel is dat een liter”, legt Bleumer uit. Dankzij een zogeheten Subsidie Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kon Volt Energy een alternatief ontwikkelen.

Brandstofcel op waterstof

In de nieuwe Volta’s wordt de verbrandingsmotor voor biodiesel vervangen door een brandstofcel die werkt op bio-methanol. Dat wordt gemaakt uit biomassa. Die brandstof gaat door een zogeheten reformer, een soort houtvergasser. Daarin wordt de koolstof van de waterstof gescheiden, waarna de waterstof de brandstofcel in gaat. “Zo maak je via een tweetrapsraket waterstof van de methanol”, zegt Bleumer. Het bedrijf is sinds 2023 bezig met de ontwikkeling van de brandstofcel. Die zit al in de Volta’s van 6 en 15 kVA en Volta wil het systeem ook gaan toepassen in de grotere aggregaten. Ook daar heeft het bedrijf een SSEB-subsidie voor gekregen.

Kijk hier hoe Roel Bleumer meer vertelt over de ontwikkeling van de nieuwe brandstofcel in de Volta’s:

Geen stikstofuitstoot

De innovatie leidt tot een forse reductie van de uitstoot van broeikasgassen. Door de brandstofcel op waterstof wordt geen NOx meer uitgestoten. Dat scheelt tot wel 80 kilo stikstofoxiden per jaar bij 20.000 kilowattuur stroomverbruik. Daardoor kunnen bouw-, telecom-, infra- en energiebedrijven voldoen aan alle strenge milieueisen die op een bouwplaats gelden, met name voor stikstof.

Nieuwbouw weer stil

Na de uitspraak van het Haagse rechtbank in de Greenpeace-zaak en die van de Raad van State in december, staat stikstof namelijk weer hoog op de politieke agenda. Die uitspraken kunnen net zulke grote gevolgen hebben voor de bouw als de stikstofuitspraak van de Raad van State in 2019. Toen kwamen 18.000 bouwprojecten stil te liggen omdat er voor elk project een nieuwe vergunning met een nieuwe berekening van stikstofuitstoot nodig was. Ook nu dreigt de nieuwbouw van woningen stil te komen liggen.

Iedereen wil er eentje

Bouwbedrijven als Heijmans en zendmastbouwer Ericsson gebruiken de nieuwe Volta’s al om hun duurzame doelstellingen te halen. Zelf is het bedrijf nog terughoudend met reclame maken. “We hebben tot nu toe nog niet veel reuring in de markt gemaakt, omdat we een enorme vraag naar Volta’s hebben. De bedrijven die we ermee laten kennismaken willen er steeds meer”, zegt Bleumer. “We zijn druk bezig de productie in Duiven op te schalen.”

Lees ook:

Nederlandse start-up maakt oude benzinevliegtuigjes elektrisch: ‘Zien er hetzelfde uit, maar maken een stuk minder geluid’

Wat hebben tuktuks, de driewielige karretjes die in Azië gebruikt worden als taxi’s, te maken met vliegtuigen? Afgezien van het feit dat ze beide vervoersmiddelen zijn; vrij weinig. Maar voor de ondernemers Kshitij Dadhekar en Kyle Strickland bestond er wel degelijk een link tussen de twee, en vormde het één de aanleiding om te ondernemen in het ander. Dadhekar en de Amerikaanse Strickland kennen elkaar uit India, het thuisland van Dadhekar. Daar besloten ze zich samen te storten op het verduurzamen van tuktuks, waarvan het op de Indiase wegen wemelt. Ze richtten een bedrijfje op en gingen benzinegedreven tuktuks ‘retrofitten’ naar elektrisch. Dat wil zeggen: fossiele verbrandingsmotor en benzinetank eruit, schone motor en batterij erin. Niet alleen goed voor het milieu, ook voor de portemonnee van de chauffeur. Tuktuks op elektriciteit bleken namelijk goedkoper in het gebruik dan wanneer er fossiele brandstof in het spel was. Nederlandse start-up Al snel dachten de ondernemersbreinen van Dadhekar en Strickland verder: dit moet toch ook voor ander vervoer kunnen? Want hoewel het verduurzamen van tuktuks een nobele zet is, kun je met het elektrificeren van andere vervoersmiddelen een grotere bijdrage leveren aan de oplossing van het klimaatprobleem. Dat bracht de ondernemers bij de luchtvaart, een sector die goed is voor zo’n 2,5 procent van de mondiale CO2-uitstoot. In samenwerking met een studententeam van de Technische Universiteit Eindhoven (waar Dadhekar in het verleden een studie volgde) ontstond het idee voor Clearwings; een start-up die kleine vliegtuigen ombouwt tot elektrisch. Een bedrijf dat, ondanks de twee buitenlandse oprichters, volledig in Nederland operationeel is. “We ontwikkelen retrofit-kits”, vertelt Strickland, CEO van Clearwings. “Dat moeten uiteindelijk kant-en-klare pakketten worden waarmee eigenaren zelf hun benzinegedreven vliegtuigen kunnen ombouwen naar elektrisch, met de hulp van vliegtuigmonteurs. De kits willen we initieel gaan verkopen in heel de EU.” Kleine vliegtuigen Het gaat nadrukkelijk om kleine vliegtuigen, modellen met een passagiersaantal van maximaal 19 personen. Momenteel ligt de focus op het kleinste segment, vliegtuigen zoals de Cessna 150. Dat is een vliegtuigje met één propellor en ruimte voor twee passagiers, en wordt voornamelijk gebruikt door recreatieve piloten en vliegscholen. Uiteindelijk moet elke klasse van vliegtuigen zijn eigen kit krijgen, mogelijk met kleine maatwerkaanpassingen per type. Het idee van Clearwings is theoretisch identiek aan dat van de tuktuks: de verbrandingsmotor en benzinetanks worden uit het vliegtuig gehaald, en daarvoor in de plaats komen een schone motor en batterijen. Hoewel vliegtuigeigenaren in de toekomst zelf uit de voeten moeten kunnen met de retrofit-kits, willen de Clearwings-ondernemers hun eerste klanten helpen met het ombouwproces. “Dat bieden we dan als service aan”, zegt Strickland. “Hun vliegtuigen kunnen naar onze loods in Kempen gebracht worden, we voeren een grondige check uit en vervangen dan de onderdelen. De batterijen plaatsen we op de plek van de benzinetanks, in het geval van de Cessna 150 is dat in de vleugels. De motor zit vaak in de neus. Je moet goed opletten dat het gewicht op dezelfde manier verdeeld is, dat is bij vliegtuigen heel belangrijk. De vleugels en de romp laten we hetzelfde, maar we upgraden het instrumentenpaneel van de cockpit met nieuwe displays om de motor- en accu-informatie weer te geven. Een omgebouwde Cessna ziet er eigenlijk nog precies hetzelfde uit, het enige verschil zit hem in het geluid. Je kunt het vergelijken met het geluid van een grote ventilator ten opzichte van een Harley Davidson op volle toeren.” Schoner en goedkoper De belofte van Clearwings: schonere vliegtuigen die voor eigenaren een stuk goedkoper in het gebruik zijn. De ondernemers schatten de geldwinst, op basis van de total cost of ownership (alle kosten die bij het bezit van een vliegtuig horen), op ongeveer 50 tot 75 procent. De milieuwinst is volgens Strickland lastig te becijferen, maar hij ziet daar een grote potentie. “We halen een fossiel aandrijvingssysteem weg en stoppen er een schone voor terug. Mits je groene elektriciteit gebruikt, is dat dus eigenlijk een CO2-besparing van bijna 100 procent. Ongeveer 50 procent van de vluchten wereldwijd vindt plaats op de korte afstand en kan dus met kleine vliegtuigen gedaan worden. Indien wij die allemaal kunnen retrofitten, dan is het milieu-effect enorm.” De ontwikkeling van Clearwingskits bevindt zich nog in een vroege fase. De theorie is de afgelopen twee jaar door Dadhekar en het Eindhovense studententeam tot in detail uitgedacht, nu moet de materie zich in de praktijk gaan bewijzen. Onlangs vond op Kempen Airport de eerste ‘runway test’ plaats. Daar werden de meest basale functies van een geretrofitte Cessna 150 getest; of het vliegtuig kon versnellen en remmen, en of er daarbij geen gek gedrag optrad. “Het ging eigenlijk allemaal perfect”, zegt Strickland. “Alles verliep zoals we voorspelden, er gebeurde niets geks. We kunnen nu door met de volgende experimenten. In maart gaan we een soortgelijke test doen, en in de zomer willen we een eerste testvlucht gaan maken. Om onze kits te kunnen verkopen, moeten we gecertificeerd worden. Zo ver zijn we nu nog niet, maar we maken goede stappen.”Rechts: Kshitij Dadhekar (medeoprichter van Clearwings). Links: een student van de TU Eindhoven.Ook grote vliegtuigen? Het wereldwijde aantal passagiers dat gebruik maakt van vliegtuigen stijgt nog altijd. De CO2-uitstoot die daarmee gepaard gaat, trekt een zware wissel op het klimaat. Het gaat dan met name om langeafstandsvluchten. Ter illustratie: slechts 20 procent van de vluchten die van een naar Schiphol vliegen, worden gecategoriseerd als intercontinentaal, maar die zijn wel verantwoordelijk voor 80 procent van de CO2-uitstoot. “Helaas is het retrofitten van grote vliegtuigen die voor lange afstanden nodig zijn niet realistisch”, meent Strickland. “De techniek laat dat simpelweg niet toe. Maar wij geloven juist heel erg in regional air mobility. Dat betekent dat je de grote vliegtuigen die nu tussen bijvoorbeeld Parijs en Berlijn vliegen vervangt door meerdere kleine vliegtuigen, van 10 tot 15 passagiers per stuk. Die vliegtuigen kunnen wij dan ombouwen naar elektrisch.” Daarmee ziet Strickland de techniek van Clearwings als een mooie aanvulling op start-ups die werken aan nieuwe, batterij-elektrische vliegtuigen. Bijvoorbeeld het Nederlandse bedrijf Elysian, dat bouwt aan een ontwerp voor een elektrisch vliegtuig met plek voor negentig passagiers en een bereik van 800 kilometer. Elysian wil zijn model in 2033 op de markt hebben. “Het is fantastisch wat Elysian doet. We sluiten mooi op elkaar aan. Elysian bedenkt de vliegtuigen van de toekomst, maar omdat het nog even duurt voor die er zullen zijn, maken wij de oplossing voor de korte termijn.” De markt op Voor nu werkt Clearwings gestaag voort aan het voorbereiden op de certificering die nodig is om de markt op te kunnen. Want zoals Strickland dat in zijn moedertaal zegt: the proof is in the pudding. “Als de testvlucht succesvol is, willen we nog in 2025 met de certificering beginnen. Verloopt dat allemaal goed, hopen we in 2028 onze eerst kits te kunnen verkopen.” Lees ook: Changemaker Suzanne Debrichy (PostNL): ‘In de toekomst gaat de logistieke wereld er anders uitzien’Zero-emissiezones beloven een schonere stad, maar ‘grijze file moet geen groene file worden’Onderzoekers doen nog een poging om vliegen, varen en rijden op algenolie rendabel te maken