Het is erg onwaarschijnlijk dat Nederland het klimaatdoel voor 2030 gaat halen. Dat was de conclusie die het Planbureau voor de Leefomgeving in september trok in een nieuw rapport. Toegegeven, dat doel leek voorgaande jaren ook al verder uit zich te geraken. Maar met minder dan 5 procent is de kans om de doelen te halen inmiddels praktisch nihil geworden.
Dat het doel niet gehaald wordt, komt niet alleen omdat het vorige kabinet de afgelopen jaren aan bestaande duurzaamheidsmaatregelen heeft geschaafd. Maar geholpen heeft het niet. Minister Hermans beloofde bij haar in april gepresenteerde klimaatplan een CO2-reductie van 10 tot 12 megaton, maar volgens het PBL gaat het in de praktijk om minder dan de helft. Deels komt dat omdat de voorgestelde maatregelen nog onvoldoende zijn uitgewerkt of invoering langer gaat duren. Denk aan de broodnodige uitbreiding van het energienetwerk of een verhoogde inzet van CO2-opslag in de Noordzee.
Daarnaast heeft het kabinet dit jaar ook maatregelen doorgevoerd, afgezwakt of aangepast die ervoor zorgen dat de klimaatdoelen direct verder uit zicht zijn geraakt. De ambitie voor vermogen aan wind op zee in 2030 werd teruggeschroefd van 12 naar 10 gigawatt; de plasticheffing ging op de lange baan; de SDE++-subsidie kreeg een knipbeurt, de CO2-heffing voor zware industrie werd geschrapt; de subsidie voor de aanschaf van een elektrische auto verdween en de verplichting om vanaf 2026 bij vervanging van de cv-ketel een (hybride) warmtepomp te plaatsen werd ingetrokken.
Tegenwind in Europa
Niet alleen in eigen land, ook in Europa wordt er aan de stoelpoten van duurzaamheid gezaagd. Hoewel de doelstelling van 90 procent minder emissies in 2040 ten opzichte van 1990 nog steeds staat, is deze van allerlei geitenpaadjes voorzien. Landen mogen een deel van hun uitstoot buiten de EU compenseren en een uitbreiding van het emissiehandelssysteem (ETS II) wordt uitgesteld van 2027 naar 2028. Daarnaast wordt het 2040-doel om de twee jaar opnieuw geëvalueerd om te kijken of de Europese concurrentiekracht niet te hard wordt geraakt.
Ook de duurzaamheidsrapportageplicht (CSRD) en de antiwegkijkwet (CSDDD) zaten in de hoek waar de klappen vallen. Om de administratiedruk op bedrijven te verlichten hoeft in 2025 en 2026 nog niet gerapporteerd te worden over in de regel omvangrijke scope 3-emissies.
En de CSDDD, die bedrijven verplicht om mensenrechten- en milieuproblemen in hun toeleveringsketen aan te pakken, gaat alleen gelden voor de bedrijven met 5.000 werknemers en 1,5 miljard euro omzet. Dat betekent dat er veel minder bedrijven moeten rapporteren dan eerder, toen de lat op 1.000 werknemers en 450 miljoen euro omzet lag.
Het is stil aan de overkant
Kijken we naar de andere kant van de oceaan, dan zakt de moed je al helemaal in de geitenwollen sokken. 2025 begon met de aankondiging van Trump om opnieuw uit het Klimaatakkoord van Parijs te stappen. Onder het mom van ‘drill baby, drill’ krijgen olie- en gasbedrijven ruim baan, terwijl Trump alles uit de kast haalt om de bouw van windturbines te stoppen (‘it’s driving the whales loco’). En alles wat ook maar een beetje ruikt naar ESG (environmental, social, governance), kan zich maar beter gedeisd houden.
Minstens zo zorgwekkend zijn de bezuinigingen op instituten, zoals de National Oceanic Atmospheric Administration (NOAA) en de Environmental Protection Agency (EPA), die onderzoek doen naar klimaatverandering. Ingetrokken geldpotjes staan nieuw klimaatonderzoek in de weg. Daarnaast wordt informatie over klimaatverandering van overheidssites weggehaald en droeg het Amerikaanse ministerie van energie actief bij aan de desinformatiecampagne middels een klimaatrapport dat vol stond met valse claims over klimaatverandering.
Positieve signalen
Lees je de nieuwsfeiten achter elkaar, dan is het lastig optimistisch te blijven. Maar dit is niet het hele verhaal. We kunnen nog steeds dagelijks verhalen maken over hoopgevende innovaties, unieke samenwerkingsverbanden en onvermoeibare Changemakers. Maar er zijn ook andere tekenen; signalen die zich als tektonische platen onder het oppervlak verplaatsen. Het zijn signalen die fundamentelere veranderingen markeren.
Jaar op jaar wekt Nederland meer hernieuwbare energie op. Eind oktober 2025 zaten we volgens cijfers van Energieopwek.nl op eenzelfde hoeveelheid opgewekt vermogen als in heel 2023. Hoewel zowel de zonne- als windenergiesector met uitdagingen kampt, heeft de capaciteitsgroei alle verwachtingen overtroffen. Zo telde ons land begin 2024 nog geen 200.000 daken met zonnepanelen, met een gezamenlijk vermogen van 665 megawattpiek. Nu heeft 40 procent van alle woningen panelen op het dak en was eind 2024 het totale vermogen 28,6 gigawattpiek: bijna vier zonnepanelen per inwoner.
Hernieuwbare energie in de lift
Wereldwijd overtreft de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen al helemaal alle verwachtingen. Onderzoek van de Energy & Climate Intelligence Unit (ECIU) toont dat zonne-energiecapaciteit vijftien keer sneller groeit dan in 2015 werd voorspeld en dat de windenergiecapaciteit verdrievoudigd is.
Ook elektrische auto’s overtreffen de verwachtingen fors. Zet de groei door, dan is het aandeel elektrisch in 2030 66 procent hoger dan eerder werd geschat.
China in het bijzonder breidt in duizelingwekkende snelheid zijn capaciteit aan windenergie en zonnestroom uit. Ongeveer driekwart van de wereldwijd uitgebreide capaciteit wind en zon komt voor rekening van dat land.
Een deel van de verklaring van deze opmars ligt bij de enorme daling van kosten van technologieën die de energietransitie mogelijk maken. Zo daalden de kosten van bijvoorbeeld zonne-energie en lithium ion-batterijen in de afgelopen vijftien jaar tot wel 90 procent.
De groei van hernieuwbare energiebronnen vertaalt zich ook naar een opvallende kentering op de beurzen. Ondanks Trumps bezuinigingen op subsidies zijn sinds april dit jaar groene beleggingsfondsen harder gestegen dan de brede aandelenmarkt en zelfs harder dan goud. Analisten spreken van ‘energiepragmatisme’: overheden en bedrijven investeren tegelijk in fossiele én duurzame energie om de stijgende wereldwijde stroombehoefte bij te benen.
Bedrijven stellen ambitieuzere doelen
Regeringen mogen de laatste jaren terughoudend zijn; voor bedrijven worden klimaatdoelen steeds belangijker, signaleert het Science Based Targets Initiatief in zijn recente trendrapport. Het aantal bedrijven dat het afgelopen anderhalf jaar wetenschappelijk onderbouwde doelen stelde om zijn emissies op korte termijn te verminderen verdubbelde wereldwijd. En ondanks de afzwakking van Europese rapportagewetgeving zeggen steeds meer bedrijven waarde te halen uit duurzaamheidsdata.
Volgens onderzoek van het gerenommeerde Carbon Disclosure Project levert duurzaamheid ook steeds meer op. Elke geïnvesteerde euro bespaart bedrijven gemiddeld 46 euro, voornamelijk doordat ze investeren in het mitigeren van toekomstige klimaatrisico’s.
De mondiale investeringen in hernieuwbare energie stijgen nog steeds jaar op jaar en hebben inmiddels een niveau van meer dan 2.000 miljard dollar op jaarbasis bereikt. Wereldwijde investeringen in fossiele bronnen bedragen jaarlijks vrij stabiel nog iets meer dan 1.000 miljard dollar.
Waar in de VS de federale overheid het laat afweten, pakken individuele staten en gouverneurs de handschoen op. De US Climate Alliance, waarin zowel Republikeinen als Democraten vertegenwoordigd zijn, houdt vast aan de klimaatambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn en representeert naar eigen zeggen 55 procent van de Amerikaanse bevolking en 60 procent van de economie. En terwijl Trump klimaatdata laat verdwijnen, trekt Europa die juist naar zich toe.
Draait het schip snel genoeg?
Wie alle positieve ontwikkelingen onder elkaar ziet, moet toch hoop putten uit de koers die de olietanker is ingeslagen, los van de grote golven die het schip af en toe even de andere kant op beuken. Daarmee wordt de vraag relevanter of de draai van de olietanker snel genoeg gaat.
Uit de laatste conclusies van het Emission Gap Report van de Verenigde Naties blijkt dat de doelstelling om de opwarming van de aarde in 2100 te beperken tot 1,5 graad en ook tot 2 graden nauwelijks verder in zicht komen, ook nadat landen aangescherpte reductieplannen (NCDs) hebben ingediend. ‘Van een aantal landen hadden we hogere ambities verwacht’, zei Michel den Elzen, onderzoeker bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en één van de hoofdauteurs van het Emission Gap Report daarover. ‘De NDC van een land als China is minder ambitieus dan verwacht. Maar ook de EU had meer ambitie kunnen tonen.’
In plaats van 2 graden lijken we nu af te stevenen op 2,3 tot 2,5 graad opwarming. Dat is beter dan de 3 graden opwarming waarop we eerder leken te koersen. In ieder geval moet er alles aan gedaan worden om de periode van 1,5 graad of hoger zo kort mogelijk te laten duren. Want zoals de VN benadrukt: elke fractie van een graad minder opwarming vermindert uiteindelijk de kans op onomkeerbare klimaatschade en gezondheidsrisico’s.

Mondiale broeikasgasuitstoot in verschillende scenario’s en de ’emission gap’ in 2030 en 2035. Bron: Emission Gap Report / UNEP
De kracht achter geslaagde transities
Wetenschappelijk is het overigens moeilijk te onderzoeken of de transitie naar een duurzamere economie inderdaad onomkeerbaar is ingezet, weet Katrien Termeer, hoogleraar bestuurskunde aan Universiteit Wageningen. Zij specialiseerde zich in de transitietrajecten van grote maatschappelijke uitdagingen (wicked problems), zoals de circulaire economie, duurzame voedselsystemen en klimaatverandering.
Termeer ziet dat de duurzame transitie bij meer en meer mensen tussen de oren zit. ‘Al met al hebben we toch behoorlijk veel bereikt in tien jaar tijd. Waar de overheid somt hapert, nemen provincies het stokje over. En waar Trump na de eerste termijn uit het Klimaatakkoord stapte, zag je dat veel staten en grote steden juist meer gingen doen tegen klimaatverandering.’
Kleine stappen, grote veranderingen
Volgens Termeer zit de crux van het versnellen van transities in het vroegtijdig herkennen en stimuleren van de kleine stapjes die een grote verandering in gang kunnen zetten. ‘Neem het Repair Café, een plek waar vrijwillige vaklui kapotte apparaten repareren. Het probleem dat zij oplossen is verbonden met andere vraagstukken, zoals sociale cohesie en het vergroten van de interesse van jongeren in techniek. Inmiddels is het initiatief uitgegroeid naar 45 landen en hebben ze stevig kunnen lobbyen voor de right-to-repairwet van de Europese Unie die er nu daadwerkelijk komt.’
Als het aan Termeer ligt springen overheden sneller in op initiatieven die grotere veranderingen teweeg kunnen brengen. Daarnaast speelt leiderschap een cruciale rol bij het slagen van transities, benadrukt ze. ‘Enerzijds heb je pitbullsterriërs nodig die zich vastbijten en niet meer loslaten. Daarnaast vragen transities om leiders met lef. Die zijn niet puur uit op macht, maar stralen betrouwbaarheid en gezag uit. Als je als leider snel wilt scoren, slaagt een transitie sowieso niet.’




