Rianne Lachmeijer 25 januari 2022, 08:30

Achmea waarschuwt voor verzekerbaarheid van huizen in uiterwaarden

De overstromingen in Limburg zetten de discussie over verzekerbaarheid van klimaatschade op scherp. Schade door overstromingen, verzakkingen en storm is soms onverzekerbaar. Karin Bos en Liesbeth van der Kruit van Achmea vinden het tijd voor een herontdekking van de rol van de verzekeraar.

Adobe Stock Maas buiten de oevers bij Appeltern Maas buiten haar oevers getreden bij het Gelderse Appeltern. | Credits: Adobe Stock

“Weinig mensen zijn zich bewust van overstromingsrisico’s en de verzekerbaarheid daarvan”, denkt Karin Bos, directeur Schade Particulieren. Sinds deze zomer is dat al iets anders. Een overstroming van een kleine rivier als de Geul bleek bij de ene verzekeraar wel verzekerd en bij de ander niet. Tegelijkertijd zijn er ook overstromingen die niemand verzekert. Zo zijn grote rivieren als de Maas uitgesloten. Net als een kustdijkdoorbraak. De reden is simpel: als dat gebeurt zijn de kosten zo hoog dat verzekeraars dat niet kunnen dragen en dus niet kunnen uitbetalen.

Wat is nog verzekerbaar?

Wat is verzekerbaar en hoe gaan we om met zaken die niet verzekerbaar zijn? Achmea merkt dat dit soort vragen door klimaatverandering steeds vaker worden gesteld. Klanten en de samenleving hebben behoefte aan duidelijkheid. Neem een Australische kustplaats waar zich elke twee jaar een verwoestende cycloon aandient. “Als je daar een huis hebt van 100.000 euro dat wordt weggevaagd, dan is de verzekeringspremie simpel gezegd 50.000 euro. Daarmee is je huis dus onverzekerbaar.” De kern zit in de grootte van de schade én de voorspelbaarheid ervan. “Een verzekering is voor onverwachte situaties.” Om diezelfde reden zijn woningschades door waterpeildalingen niet te verzekeren. “Je weet dat het grondwater zakt en dat die daling invloed heeft op je fundering. Dan is een verzekering geen oplossing.”

“Dat wil overigens niet zeggen dat we niet vinden dat er een oplossing moet komen”, vervolgt Bos. “Maar dat zit dan veel meer in financiering. Dus dat je bijvoorbeeld een financieringsregeling opzet waarmee je die schade kan voorkomen of herstellen.”

Zolang klimaatverandering doorzet nemen ook de risico’s toe. Na de hagel in 2016 onderzocht Achmea de impact van de KNMI-klimaatscenario’s op verzekerbaarheid. “Wij denken dat we te maken zullen krijgen met meer schade. Dus moeten we ook kijken wat we kunnen doen op het gebied van preventie.” Daarvoor zoekt het bijvoorbeeld de samenwerking met gemeenten en provincies. Maar Bos waarschuwt tegelijkertijd dat preventie geen wondermiddel is. We moeten ook blijven nadenken. “Als je huizen gaat bouwen in de uiterwaarden waar de kans op overstromingen veel groter is dan zit daar natuurlijk op een gegeven moment een grens aan. Dan is een huis niet meer verzekerbaar.”

Weerbaar tegen klimaatverandering

Klimaatverandering is een thema dat verzekeraars raakt. Dat inzicht kwam voor de verzekeringswereld als donderslag bij heldere hemel op de dag dat Bos bij Achmea startte als directeur Schade Particulieren. Het was 23 juni 2016. “Ik weet dat nog heel precies.” Het was de dag waarop Zuidoost-Nederland getroffen werd door een enorme hagelbui. “De telefoon stond de volgende dag roodgloeiend.”

Op dat moment werkte Liesbeth van der Kruit al jaren bij Achmea als Directeur Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Duurzaamheid was een thema dat nog weinig aandacht kreeg. Ondanks dat het Klimaatakkoord van Parijs het jaar daarvoor al was ondertekend. “Er waren toen nog veel klimaattwijfelaars”, vertelt Van der Kruit. Klimaatverandering was nog niet terug te zien in de cijfers bij verzekeraars. Tot die bewuste dag in juni. “Vanaf dat moment staat het hoog op de agenda.”

De eerste stap daarin was om een duidelijke ambitie af te spreken over de eigen bedrijfsvoering: een klimaatneutrale bedrijfsvoering in 2030. Dat betekent dat de organisatie geen CO2 meer in de lucht brengt. “De intentie is natuurlijk om echt net-zero te zijn”, zegt Van der Kruit. Maar zij sluit niet uit dat Achmea daarbij uiteindelijk ook inzet op het compenseren van uitstoot. Bijvoorbeeld door bomen te planten. Nu wil ze daar nog niet over nadenken. “Het moet niet je doelstelling zijn om te gaan compenseren.” In 2030 wil Achmea dat de bedrijfsvoering klimaatneutraal is. In 2040 de beleggingen en in 2050 de verzekeringsportefeuille en dienstverlening. “En zoveel eerder als mogelijk”, voegt Bos daaraan toe. “We hebben de ambitie naar voren gehaald. Dat verplicht het management om er nu al écht wat aan te doen.” Achmea werkt met wetenschappelijke doelen zodat het zeker weet dat de doelen bijdragen aan het Klimaatakkoord van Parijs. Van der Kruit: “We hebben nu dus deze overall ambitie uitgesproken. Die werken we uit in routekaarten op basis van die science based targets.”

Lees ook: Klimaatbudget van 2.500 euro voor medewerkers Achmea

Even Apeldoorn bellen

“Op het moment dat klanten schade hebben bellen ze als eerste de verzekeraar”, merkte Bos op haar eerste werkdag in het schadebedrijf. Niet de aannemer dus. “Er zijn heel veel mensen die schadeherstel niet kunnen betalen en daarom eerst toestemming willen van hun verzekeraar.” Ook merkte ze dat mensen het vaak moeilijk vinden om het schadeherstel te regelen. Daarin ziet zij een rol weggelegd voor de verzekeraar. “Om klanten te helpen en weerbaar te maken tegen die klimaatverandering. Bovendien vinden we het onze maatschappelijke taak om deze duurzame oplossingen voor zoveel mogelijk mensen bereikbaar te maken.”

Dat betekent dat Achmea aan de ene kant aan duurzame oplossingen werkt om klimaatverandering tegen te gaan en aan de andere kant aan manieren om de gevolgen ervan te beperken. Er bestaan bijvoorbeeld simpele oplossingen die al schade kunnen voorkomen. Zoals drempels verhogen tegen overstromingsschade, tuinmeubelen binnen zetten tegen stormschade en herfstbladeren uit dakgoten tegen regenschade. Daarnaast bieden de merken van Achmea (zoals Centraal Beheer, Interpolis en de vastgoedtak van Syntrus Achmea) ook steeds meer producten aan die klimaatverandering tegengaan of de gevolgen ervan minder extreem maken. Zo verkoopt het bedrijf groene daken en zonnepanelen. Niet alleen aan particulieren, maar ook aan bedrijven. Daarbij inspecteert de verzekeraar eerst het dak. “Want duurzaam is alleen maar duurzaam als het ook veilig is”, benadrukt Van der Kruit. “Zonnepanelen kunnen gevaarlijk zijn.” Een stevig dak en goede aansluitingen voorkomen brand. Ook draagt het voorkomen van brand bij aan de acceptatie van zonnepanelen. “Niemand wil nog zonnepanelen als ze gezien hebben dat daardoor het dak bij de buurman in de fik vloog.”

De verzekeraar als preventiespecialist

Voor Van der Kruit keert Achmea met dit soort oplossingen terug in haar traditionele rol van preventiespecialist. Zij denkt terug aan vroeger. Tijdens haar middelbare schooltijd was het niet verboden om brommer te rijden zonder helm. Dat leidde tot nare ongelukken. Soms met een dodelijke afloop. De verzekeraars speelden een belangrijke rol bij de invoering van een helmplicht. “Je kan cynisch zeggen dat het verzekeraars enkel te doen was om de schadelast te verminderen, maar het mooie is dat er heel veel jonge mensen op deze manier behoed zijn voor levenslang hersenletsel of de dood. Verzekeren gaat per definitie gepaard met preventie en veiligheid.”

De kern van verzekeren zit in risico’s inschatten, deze delen én voorkomen. “Dat past in de coöperatieve traditie van Achmea. Het gaat erom dat we risico’s verzekeren en de maatschappelijke taak hebben om die mede te helpen oplossen. Vroeger was dat die brommer en nu is dat breder: van klimaat tot cyberveiligheid.”

Lees meer over de veranderende rol van verzekeraars:

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Is dit de nieuwe warmtebron om huizen sneller aan de warmtepomp te krijgen?

Bart Erich woonde een presentatie bij op een bouwbeurs. Daar werden coatings gedemonstreerd die maximaal zonlicht reflecteren. De gedachte was dat woning daardoor minder afkoeling nodig heeft. Maar dit fenomeen kan ook andersom worden ingezet, bedacht deze TNO-onderzoeker toen. Namelijk door zonnewarmte juist met een coating op te vangen, en te gebruiken voor het verwarmen van woningen. TNO ging een onderzoekssamenwerking aan met AkzoNobel en Emergo. Erich: “We hebben een coating uitgevonden waarbij de lichte kleuren zonlicht kunnen absorberen.” De truc: een coating met daarin microscopisch kleine pigmentdeeltjes die de warmte dus niet afstoten maar juist opnemen. Zo kun je ook nog gebruik maken van de straling van zonlicht, het zogeheten infrarood en UV-licht. Het mooie van de uitvinding is, dat de coating in lichte kleuren kan worden gemaakt, omdat het toch warmte opvangt – wat meestal alleen het geval is bij donkeren kleuren. Zo wordt warmte uit de omgeving ingezet voor de verwarming van het huis. Het concept is ontwikkeld met behulp van Europese subsidie in een project genaamd Envision. Nog niet vertaalbaar naar bakstenen De coatings worden aangebracht op lichtgewicht panelen die aan gevels worden bevestigd. Aan de achterkant is een buizenstructuur gemaakt om de warmte van het zonlicht te transporteren naar de warmtepomp. Omdat er een warmtepomp in combinatie met de buizenstructuur nodig is, is het (nog) niet mogelijk om deze coating direct te vertalen naar dakpannen of bakstenen. Om de zogenaamde 'warmtewingevel' te testen, hebben Woningstichting Compaen en woningcorporatie Trudo elk drie proefwoningen ter beschikking gesteld. Erich: “Het zijn typische jaren zestig woningen, waarvan de isolatie vaak in slechte staat is, dus een mooie proeftuin om te gebruiken.” Omdat er een landelijk ambitieus plan ligt om bestaande woningen aardgasvrij te maken en te verduurzamen, zou deze stap de doelen dichterbij kunnen brengen. Van belang is dan ook de isolatie van de woningen, zodat de energie niet snel ontsnapt. Volgende stappen om zonne-energie in te zetten De joint venture Calosol, een samenwerking van TNO en Emergo, brengt deze warmtewingevel op de markt. TNO doet verder onderzoek om te zien of deze variant ook toegepast kan worden voor koeling, en hoe warmteopslag kan worden gekoppeld aan deze coating. Om te weten welke warmtepomp het meest geschikt is, zijn in de proefwoningen verschillende typen warmtepompen geplaatst. “De woningen worden energetisch gemonitord en de bewoners geïnterviewd”, zegt Erich. Het doel van de pilot is om de toepassing in de praktijk te toetsen en om te onderzoeken in welke mate het concept bijdraagt aan het aardgasloos maken van bestaande woningen. De resultaten van de pilot worden later dit jaar bekend gemaakt.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.