Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 11 november 2011, 13:13

66% Nederlanders bereid tot aanschaf elektrische auto

Twee derde van de Nederlandse bevolking is bereid een elektrische auto aan te schaffen. Door technische obstakels is toch slechts 8,2 procent van plan binnen nu en 5 jaar een elektrische auto aan te schaffen.

Juiste banner 2021

Dit blijkt uit een rapport van onderzoeksbureau DirectResearch onder 510 Nederlanders. De kennis over elektrische auto’s verspreidt zich snel onder de Nederlandse bevolking. Meer dan de helft van de Nederlandse bevolking (78 procent) blijkt over een elektrische auto te hebben gelezen, gezien of gehoord.

Twee derde van de Nederlanders (66 procent) geeft aan bereid te zijn een elektrische auto aan te schaffen. Redenen zijn dat het beter voor het milieu is, tanken voor de deur kan en dat de auto stiller is dan een gewone auto.

Obstakels

Slechts 8 procent overweegt daadwerkelijk een aankoop. Obstakels om niet voor een elektrische auto te kiezen zijn onder andere dat de auto’s in aanschaf duurder zijn dan gewone auto’s, dat er (nog) te weinig oplaadpunten zijn en de actieradius van de auto kleiner is dan 500 kilometer.

Ongeveer een derde van de ondervraagden zou bereid zijn tot aanschaf als er een oplossing zou komen voor deze obstakels.

Overheidsstimulering

Het elektrisch autorijden zou door overheidsstimulering kunnen worden bevorderd. Het bieden van fiscale voordelen door de overheid zoals korting op de aanschafwaarde, inruilkorting en lagere wegenbelasting maakt de aanschaf voor 60 procent aantrekkelijker. De korting op de aanschafwaarde blijkt de populairste stimulans.

Bron: Rapport Direct Research

Foto: Flickr.com, ThisParticularGreg

 

‘Verbind landbouw met chemische sector’ (Bas Eickhout, GroenLinks)

Hoe kan op Europees niveau het bedrijfsleven gestimuleerd worden duurzaam te ondernemen? “Als je een goede prijs hebt op vervuiling, hebben bedrijven de prikkel om hulpbronnen efficiënter te gebruiken. Europa moet voorop lopen met het ETS-systeem (Emissiehandel schema), ook als andere werelddelen niet meedoen. "Europa is rijk, maar qua hulpbronnen zijn we heel beperkt. Het is daarom cruciaal om naar een economie te gaan die efficiënt omgaat met natuurlijke hulpbronnen. Nu hebben we het geld nog. Als we nu op innovatie inzetten en koploper worden, kunnen we in de toekomst de kennis hiervan exporteren. "Verder moet Europa ook doelen stellen: waar willen we naartoe op de lange termijn, hoeveel van de verschillende hulpbronnen willen we gebruiken? Je moet de koplopers stimuleren met onderzoek- en innovatiesubsidies. Dan heb je altijd nog de wat conservatieve bedrijven, die zul je door middel van normeringen de goede kant op moeten sturen.” Er zijn diverse stakeholders op het gebied van duurzaamheid: de overheid, het bedrijfsleven, NGOs, etc. Bij welke partij moet nu het initiatief liggen? “Iedereen heeft een andere rol. Consumenten zijn cruciaal in het zetten van politieke prioriteiten. Maar het bedrijfsleven is erg van belang voor de uitvoering én het koploperschap in innovatie. De overheid heb je weer nodig om ervoor te zorgen dat die koplopers gestimuleerd worden en dat de achterblijvers meekomen. Zij moeten kaders zetten. “We moeten ons niet laten ontmoedigen door wat er op dit moment in Den Haag gebeurt. Nationaal zijn we even afwezig, maar je ziet dat er op regionaal niveau heel veel initiatieven zijn. Den Haag zal weer een keer een betere wind kennen, tot die tijd moeten we ons niet in de put laten praten en gewoon door blijven gaan.” Innovatie speelt een belangrijke rol in het verduurzamen van bedrijven. Hoe kan de EU innovatie stimuleren? “Om innovatie te stimuleren moet je bedrijven prikkelen minder te vervuilen, zodat zij echt gaan investeren in nieuwe technologieën in plaats van gewoon CO2-rechten op te kopen. Wanneer innovatie rendabel wordt gaan bedrijven er vanzelf in investeren. De overgang van fundamenteel onderzoek naar een commerciële toepassing is echter altijd de moeilijkste stap. Deze stap zul je gezamenlijk met private partijen moeten nemen, door als overheid een faciliterende rol te gaan spelen. “Dat kun je bijvoorbeeld doen door leningen uit te geven. Oftewel: bedrijven op een goedkope manier in een project laten stappen, en wanneer het gaat renderen het geld weer terug eisen. Juist voor duurzaamheid moet je leningen op een hele profijtelijke manier aanbieden. “Die €1,5 mrd voor regionale fondsen zie ik het liefste volledig naar duurzaamheid gaan. We moeten er voor zorgen dat allerlei initiatieven in verschillen regio’s de mogelijkheid krijgen.” Hoe ziet een duurzaam Europa er in 2020 in het ideale geval uit, en welke rol heeft Nederland daarin gespeeld? “Als een wereldleider op het gebied van innovatie en de kringloopmaatschappij, met een economie die efficiënt omgaat met hulpbronnen. En daarmee ook die kennis als exportproduct heeft naar de rest van de wereld. De regering focust zich op te veel verschillende punten, dat vind ik dom. In Nederland moet de focus op de biobased economy gaan liggen. We moeten daarvoor onze sterke innovatieve agrarische sector met onze grote chemiesector verbinden. “Je kunt voor twee routes kiezen: een duurzame route of een kernroute. Het is een keuze tussen democratisering van energieopwekking, of de macht bij de grote spelers houden. Ik ben niet principieel tegen kernenergie, maar snap niet waarom je voor een risicovolle en onzekere route zou kiezen.” Wat doet u zelf aan duurzaamheid? “Ik probeer er in mijn dagelijks leven continu rekening mee te houden. Practice what you preach. Ik heb bijvoorbeeld geen auto en mijn huis is helemaal geïsoleerd. Ook eet ik zo min mogelijk vlees, want dat is een inefficiënte manier van gebruik maken van je hulpbronnen. “Dat wat niet nodig is, doe ik gewoon niet. Een wasdroger heb ik niet; je kunt de was ook gewoon ophangen.”