Jeroen de Boer
30 juni 2025, 13:00

3 manieren waarop water een oplossing kan zijn voor een duurzamere wereld - investeerders moeten wel mee durven doen

Watertechnologie kan op verschillende manieren bijdragen aan het oplossen van grote milieuproblemen, zoals verzuring van de oceanen en de beschikbaarheid van voldoende schoon water. Startups die innovatieve technologie ontwikkelen, zien dat groeifinanciering een uitdaging kan zijn.

water zuivering Voldoende schoon water is onmisbaar voor de mens. | Credits: Getty Images

Water is voor de mens een vriend en vijand tegelijk. Drinkwater en water voor sanitaire voorzieningen behoren tot onze eerste levensbehoeften. Tegelijk zorgen we voor watervervuiling en is de mens mede de oorzaak van de klimaatverandering die het risico op overstromingen en excessieve regelval vergroot. Water wordt dan een bedreiging.

Het goede nieuws is dat water in veel gevallen ook een bron is van oplossingen voor de milieuproblemen die we veroorzaken, bleek op een waterconferentie in Noordwijk die in juni werd georganiseerd door de stichting Prix Voltaire International. Drie startups gaven een inkijkje in de manieren waarop technologie milieuproblemen kan oplossen.

1. CO2 uit de oceaan afvangen

De Delftse startup SeaO2 maakt gebruik van de relatief hoge concentratie van CO2 in zeewater om het broeikasgas daaraan te onttrekken. Die wordt vervolgens gebruikt voor de productie van bijvoorbeeld cement of permanent opgeslagen in gesteente. Dat is onder meer gunstig voor het tegengaan van verzuring van de oceanen. De oceanen kunnen zo bovendien nieuwe CO2 opslaan, waarmee de concentratie van CO2 in de atmosfeer indirect wordt beperkt.

Ceo Ruben Brands van SeaO2 wees er tijdens zijn presentatie op dat het behalen van mondiale klimaatdoelen in 2050 vereist dat er tegen die tijd op grote schaal CO2 wordt afgevangen. SeaO2 is dit jaar druk met het opstarten van pilotsystemen. In 2045 hoopt het bedrijf op jaarbasis maar liefst 1 miljard ton CO2 aan de oceaan te onttrekken. ‘Die uitdaging is gigantisch en we hebben alle oplossingen nodig’, aldus Brands.

2. Grondstoffen onttrekken aan water

Het Friese bedrijf Redstack is een partner van SeaO2 en probeert op een zo efficiënt mogelijke manier elektrodialyse in te zetten om grondstoffen te onttrekken aan water. SeaO2 gebruikt de apparatuur van RedStack voor het afvangen van CO2, maar die kan ook worden gebruikt voor ontzilting van zeewater en herwinning van bijvoorbeeld lithium uit water. Dat is relevant voor circulair gebruik van deze belangrijke grondstof voor batterijen.

Enkele jaren geleden richtte Redstack zich nog op het opwekken van elektriciteit op basis van verschillen tussen zoet en zout water. Het bleek echter lastig om daar een goede businesscase van te maken. ‘We hebben daarvan geleerd dat het essentieel is om scherp te letten op de marktpotentie van een technologische oplossing. Daarom richten we ons nu op water als bron van waardevolle stoffen’, vertelde ceo Paula Gonzalez tijdens de waterconferentie in Noordwijk.

3. Pfas verwijderen uit afvalwater

De derde startup in het rijtje, het Duitse chemiebedrijf Instraction uit Heidelberg, richt zich vooral op technologieën om water te zuiveren. Daarbij kan het gaan om verbetering van de drinkwaterkwaliteit, maar ook om bijvoorbeeld het verwijderen van pfas uit industrieel afvalwater. Ceo Florian Rohde: ‘Onze absorptietechnologie om pfas te verwijderen staat nu sterk in de belangstelling, mede door strengere regelgeving als gevolg van de gezondheidsrisico’s die pfas meebrengt.’

Waterconferentie met paneldiscussie: v.l.n.r. David Katz (Plastic Bank), Liza Faber (PureTerra Ventures), Paul O’Callaghan (BlueTech Research), Florian Rohde (Instraction), Ruben Brands (SeaO2), Paula Gonzalez (RedStack) en moderator Annelies Schenk.

Financiering is een uitdaging, vooral bij opschalen

Aan de technologiekant is er dus volop beweging in de watersector. De uitdaging voor jonge bedrijven ligt vooral in het doorgroeien vanuit de startup-fase om op grotere schaal te gaan produceren, bleek tijdens een panelgesprek. Watertechnologie is vaak kapitaalintensief, dus je hebt flinke investeringsbedragen nodig als je de sprong naar grootschalige toepassingen wilt maken.

Ceo Gonzalez van Redstack stelde dat het beperkte trackrecord van innovatieve technologie soms een punt is voor potentiële investeerders. ‘Als investeerders bijvoorbeeld vragen hoe een technologie over een periode van tien jaar presteert, is dat niet altijd bekend. Dat heeft ook invloed op het vertrouwen in innovatieve technologie.’

Volgens ceo Brands van SeaO2 is het huidige investeringsklimaat, waarin investeerders wat terughoudender zijn dan enkele jaren geleden, overigens niet specifiek gerelateerd aan watertechnologie. SeaO2 haalde vorige jaar ruim 2 miljoen euro aan financiering op en wil dit jaar een nieuwe financieringsronde doen om een veelvoud daarvan binnen te halen voor het opschalen van zijn activiteiten. Brands: ‘Als je grotere bedragen wilt ophalen, moet je kunnen aantonen dat je de potentie hebt om een grotere markt te bedienen.’

Belang van ondersteunende regelgeving

Het voorbeeld van pfas toont volgens topman Rohde van Instraction ook aan hoe belangrijk ondersteunende regelgeving kan zijn. ‘Een paar jaar geleden hadden bedrijven veel minder belangstelling voor pfas-technologie. Dat is sterk veranderd met de komst van strengere regelgeving. Als dat er niet is, ben je sterker afhankelijk van partijen die het aandurven om wat meer risico te nemen.’

Aansluiting zoeken bij gespecialiseerde investeringsmaatschappijen kan voordelen hebben. Zo richt durfinvesteerder PureTerra Ventures zich op watertechnologie. Tijdens de paneldiscussie gaf Liza Faber van PureTerra aan dat dit het makkelijker maakt om een brugfunctie te vervullen: ‘Wij hebben aan de ene kant diepgaande technologiekennis van een specifieke sector en anderzijds een goed inzicht in waar de kansen liggen in de markt. Het is onze rol om startups daarin te begeleiden.’

Lees ook:

Hendrik Wijnen (DO IT Organic): ‘Biologisch eten wordt de norm – daar twijfel ik geen seconde aan’

De carrière van Wijnen begon niet in de biologische hoek. Als jonge econoom ging hij aan de slag bij het Amerikaanse agroconglomeraat Cargill. 'Ik had een romantisch beeld bij goederen verschepen van overschot naar tekort. Maar in de praktijk begon ik op de veevoederafdeling', legt Wijnen uit in de podcastserie Leaders in Food.Toch liet het zaadje van biologische voeding hem niet los. Al tijdens zijn studie schreef hij een scriptie over de potentie van biologische producten – toen nog een niche. In 2018 nam hij samen met zijn compagnon DO IT Organic over. 'Voor mij voelde het als een full circle. Dit is mijn laatste baan, maar ook mijn mooiste.' Biologisch niet als niche, maar logische oplossing Volgens Wijnen is biologische landbouw niet alleen wenselijk, maar noodzakelijk. 'Gangbare landbouw pleegt al decennia roofbouw op bodem, water, biodiversiteit en klimaat. Biologisch is geen niche, het is een logische totaaloplossing', zegt hij. 'De gevolgen van conventionele landbouw worden nu pas echt zichtbaar. De wal keert het schip.'Dat biologisch duurder is, erkent hij, maar hij zet daar graag wat tegenover. 'Een biologische boer werkt extensiever, met meer aandacht voor de grond en zonder pesticiden. De prijs weerspiegelt de échte kosten. Gangbaar voedsel is kunstmatig goedkoop omdat de ecologische schade niet wordt meegerekend.'Leaders In Food Leaders In Food is een initiatief van Joan Zijerveld. In de gelijknamige podcastserie gaat ze in gesprek met mensen die de voedseltransitie aanjagen. Welke duurzame keuzes maken zij? Wat zijn hun persoonlijke drijfveren? En welke foodinnovaties gaan het verschil maken?2030 wordt het kantelpunt Wijnen voorziet dat biologisch binnen afzienbare tijd mainstream wordt. 'In Europa zitten we nu rond de 11-12 procent marktaandeel voor biologisch. Bij 20 à 25 procent komt het kantelpunt. Met de huidige groei is dat realistisch rond 2030.' Hij ziet dat ook supermarkten hun rol pakken: 'De groei van bio is sneller dan conventioneel. Consumenten maken bewustere keuzes, retailers volgen.' Vertrouwen en langetermijnrelaties DO IT Organic werkt nauw samen met coöperaties en boeren wereldwijd. 'We nemen nu producten af van zo’n 60.000 tot 80.000 boeren. Omschakelen naar biologisch is zwaar: je werkt al biologisch, maar mag twee jaar je product nog niet zo verkopen. Dat risico nemen boeren niet zomaar. Daarom maken wij langetermijnafspraken en investeren we in training en ondersteuning.'Een voorbeeld is een project in Afrika waar DO IT Organic 25.000 boeren opleidt in de basiskennis van duurzame landbouw. 'Ons doel is om hun inkomen in vier jaar tijd te verdubbelen – en we zijn goed op weg.'Wijnen is kritisch over de opkomst van regeneratieve landbouw als los begrip. 'Regeneratief zonder keurmerk is als van 25 naar 24 sigaretten gaan. Beter? Misschien. Duurzaam? Nee.' Hij noemt het een containerbegrip zonder keurmerk. Iedereen vult het anders in. 'Eén centimeter minder diep ploegen is nog geen duurzame landbouw. Voor echte impact moeten we naar gecertificeerd biologisch.' Blik op de toekomst: meer landen, meer categorieën DO IT Organic boekt nu circa 125 miljoen euro omzet met 110 medewerkers. Dat moet fors groeien, zegt Wijnen. 'We gaan uitbreiden naar nieuwe productcategorieën zoals superfoods, kruiden en specerijen, en kijken ook nadrukkelijk buiten Europa – naar Noord-Amerika, Azië en het Midden-Oosten.'Zijn ambitie voor de komende vijf jaar? 'Verdubbeling van de omzet. Maar bovenal: bijdragen aan een gezonder voedselsysteem.'Luister het volledige podcastinterview met Hendrik van Wijnen hieronder: