Hidde Middelweerd 04 oktober 2022, 11:00

3 ingrediënten voor een véél lagere energierekening (en in Denemarken werkt het al)

In Nederland worden warmtetarieven van oudsher gekoppeld aan de aardgasprijzen. Die constructie kan de energietransitie (zeker nu) in de weg zitten. Kan het ook anders? Ja, concludeert adviesbureau Rebel. Drie ingrediënten zijn daarbij essentieel: collectiviteit, transparantie en het kostprijs-plus model. Gezamenlijk kunnen die zomaar zorgen voor een besparing van 30 tot 40 procent op de jaarlijkse energierekening.

Adobe Stock 528876255 In Nederland koppelen we de warmtetarieven van oudsher aan de aardgasprijzen. Als we anders aanpakken, kan de energierekening echter fors omlaag. | Credits: Jiri Hera via Adobe Stock

Welke vorm van warmte je in Nederland ook afneemt, het tarief dat je ervoor betaalt, is nooit hoger dan het aardgastarief. Een prijsplafond op basis van de aardgasprijzen dus, dat jaren geleden in het leven werd geroepen door de Autoriteit Consument en Markt (ACM). Die constructie had als doel om consumenten te beschermen tegen hoge warmtetarieven. Aardgas was decennialang immers één van de goedkoopste warmtebronnen die er in Nederland beschikbaar was.

Maar de gasprijzen stijgen inmiddels al jaren en sinds de oorlog in Oekraïne rijzen ze zelfs de pan uit. Door de koppeling met aardpasprijzen stijgen de tarieven van andere (vaak duurzamere) warmtesystemen nu óok. Dat is eigenlijk een beetje gek, want de kosten ervan staan in sommige gevallen grotendeels los van de aardgasprijzen, bijvoorbeeld bij kleinschalige warmtenetten op basis van aquathermie. Waarom stijgen de tarieven bij dergelijke warmtesystemen dan toch mee? Omdat ze in bijna alle gevallen worden geëxploiteerd door bedrijven met winstoogmerk.

Lees ook: Nederland als kampioen chemische recycling: wat is daar voor nodig?

Stijgende warmtetarieven

Is dat oneerlijk? Ja en nee, zegt Roelof Kooistra van Rebel. “Dat energiebedrijven winst maken, is prima. Zo is het nu eenmaal geregeld in Nederland; we laten de warmtevoorziening over aan commerciële partijen. Die doen grote voorinvesteringen in warmtenetprojecten, wat gepaard gaat met grote financiële risico’s. Dan mogen ze daar best winst op maken. Daarnaast worden de kosten van alternatieve warmtesystemen vaak wel degelijk beïnvloed door de aardgasprijs. Neem biomassa-projecten: die teren op subsidie van het Rijk, maar de hoogte daarvan is deels afhankelijk van de aardgasprijs.”

“Oneerlijk is het dus niet. De vraag is wel of de warmtetarieven die bedrijven tegenwoordig kunnen hanteren (door koppeling met aardgasprijzen, red.) nog wel reëel zijn”, vervolgt hij. “Zeker bij kleinschalige warmtenetten kunnen de tarieven hoog oplopen, omdat je veel infrastructuur moet aanleggen voor relatief weinig aansluitingen. Dat maakt dergelijke warmtenetten een stuk minder aantrekkelijk, terwijl ze essentieel zijn in de warmtetransitie. Zo zet je dus een rem op de energietransitie.”

Lees ook: Zuid-Holland opent waterstoftankstation: wat komt hier allemaal bij kijken?

Kostprijs-plus model

Kan het ook anders? Ja, zegt Kooistra. Samen met collega Wouter Tettero deed hij onderzoek naar het zogeheten kostprijs-plus model, dat veelvuldig wordt toegepast in Denemarken. Het Scandinavische land is volgens hem een belangrijk voorbeeld van hoe het ook kan. Denemarken is rijk aan zowel grootschalige als kleinschalige warmtenetprojecten (63 procent van de gebouwde omgeving is er aangesloten op een warmtenet). In Nederland worden dergelijke projecten uitgerold door commerciële warmteleveranciers, die hun projectrendement bepalen op basis van het prijsplafond van de ACM. In Denemarken zijn ze juist in handen van gemeentelijke overheden en/of bewoners (bijvoorbeeld in de vorm van een gebiedscoöperatie) en wordt er géén winst gemaakt op de levering van warmte.

Het warmtetarief in Denemarken kan daarom flink verschillen per regio en per warmtesysteem. Die komt namelijk tot stand op basis van de investeringskosten en operationele kosten van het warmtesysteem in kwestie. En die kunnen per project behoorlijk uiteenlopen. Daarnaast wordt er vaak een kleine ‘plus’ bij het tarief opgeteld, om eventuele tegenslagen te kunnen opvangen. Vandaar de naam: kostprijs-plus model.

Een ander belangrijk element van het Deense model: de kosten en daarop gebaseerde warmtetarieven zijn volledig transparant en openbaar. Iedereen kan inzien welke tarieven er gerekend worden en waar die op gebaseerd zijn. De warmtevoorziening in Denemarken is door deze kenmerken vergelijkbaar met de drinkwatervoorziening in Nederland; er is weinig tot geen winstoogmerk. Een belangrijk voordeel daarvan is dat de kosten voor warmte beduidend lager kunnen uitvallen.

Lees ook: Zorginstelling wordt vastgoedpartij met energieneutrale woningen

Collectieve warmteprojecten in Nederland

Nederland heeft momenteel nog maar weinig ervaring met warmtesystemen die door bewoners of gemeenten beheerd en geëxploiteerd worden. Een voorbeeld van een warmtenet dat wel door bewoners wordt gerund, is Thermo Bello in Culemborg. Het burgerinitiatief levert warmte op een temperatuur van 50 graden Celsius aan 220 huishoudens, met als warmtebron een warmtepomp bij een drinkwaterinstallatie.

Voorbeelden zoals Thermo Bello zijn vooralsnog schaars, maar Kooistra en Tettero verwachten dat daar de aankomende jaren snel verandering in komt. Tettero: “Gemeenten zullen steeds vaker een rol krijgen in de uitrol en het beheer van warmtenetten. Maar ook bewoners zullen steeds vaker zelf de handschoen oppakken. Zij zien hun jaarlijkse energierekening nu immers met honderden euro’s stijgen. Het is logisch dat ze daar invloed op willen hebben.”

Verwarmen met oppervlaktewater

Kooistra en Tettero onderzochten in opdracht van gemeente Tilburg en het programma SIE (Sociale Innovatie en Energietransitie) de mogelijkheden van een duurzaam warmtesysteem in de Tilburgse nieuwbouwwijk Fabriekskwartier. De wijk van vierhonderd woningen ligt direct aan de Piushaven en dat maakt verwarming op basis van aquathermie (oppervlaktewater) mogelijk. Het is de bedoeling dat inwoners van de wijk het warmtesysteem zoveel mogelijk zelf en collectief exploiteren.

Tettero: “Hoe organiseer je dat? Welke risico’s gaan ermee gepaard? Wat kost het om zo’n warmtesysteem aan te leggen en te onderhouden? Welke energieprijzen levert dat op als het zonder winstoogmerk geëxploiteerd wordt? En hoe verhouden die kosten zich tot het prijsplafond van de ACM? Dat hebben we vóór de huidige energiecrisis al onderzocht. En er kwamen toen al schokkende getallen uit.”

Lees ook: Luchtvervuiling Nederland ondergeschoven kindje in klimaatdebat

Ruim 600 euro besparen op energie

Rebel onderzocht twee situaties: een nieuw te bouwen wijk (in dit geval Fabriekskwartier), waarbij de ontwikkelaar de investering in het warmtesysteem voor zijn rekening neemt. Dit omdat er nog geen bewoners zijn die zelf kunnen investeren. In de tweede (fictieve) situatie werd een reeds bestaande wijk onderzocht, waarbij bewoners de investering in het warmtesysteem zelf en collectief voor hun rekening nemen. In beide situaties werd het kostprijs-plus model vergeleken met een commercieel model waar het maximaal toegestane warmtetarief gehanteerd wordt.

“De conclusie: bij de wijk Fabriekskwartier vallen de energiekosten bij een kostprijs-plus model 624 euro lager uit dan bij een commercieel model. Per jaar en per woning. Dat staat gelijk aan 40 procent minder energiekosten”, zegt Kooistra. “Bij bestaande bouw is het verschil tussen een kostprijs-plus en commercieel model kleiner, omdat bewoners zelf in het warmtesysteem moeten investeren. Maar in ons onderzoek ging het alsnog om een besparing van 299 euro per jaar, per woning; een verschil van 17 procent ten opzichte van een commercieel model.”

Nutsvoorziening?

Die cijfers liegen er niet om. Een nuance is echter wel op zijn plaats, zegt Tettero: “Deze cijfers zijn bij de nieuwbouw-situatie gebaseerd op een eerste warmtesysteemontwerp in Fabriekskwartier. Bij het scenario over bestaande bouw gaat het om een fictieve situatie. Er is meer informatie en onderzoek nodig om het kostprijs-model door te ontwikkelen en tot concretere cijfers te komen.” Verder onderzoek is dan ook noodzakelijk en staat op de planning bij Rebel, maar dat het kostprijs-plus model tot aanzienlijk lagere warmtetarieven kan leiden, staat buiten kijf.

Tettero en Kooistra verwachten dat het kostprijs-plus model hoe dan ook steeds prominenter op de agenda van de Nederlandse energietransitie komt te staan. “Dit alles grijpt terug op de discussie of warmte een commerciële voorziening of een nutsvoorziening moet zijn”, besluit Kooistra. “Ik verwacht dat we het in de Nederlandse energietransitie steeds vaker als nutsvoorziening zullen benaderen.”

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Changemaker Jeroom Remmers: "Vroeg of laat moet het over vlees gaan"

“Als Europa voor de landbouw over twaalf jaar klimaatneutraal wil worden, zoals nu het plan is, kan het niet anders dan dat het vroeg of laat over vlees moet gaan” zegt Jeroom Remmers. Want 53 procent van alle voedselgerelateerde broeikasgasemissies in de EU is afkomstig van vlees. Remmers is directeur van de TAPP Coalitie (True Animal Protein Price), een stichting die zich richt op eerlijke prijzen en belastingen om de productie en consumptie van vlees en ook zuivel, eieren en vis te verduurzamen. Hoe probeert TAPP de dierlijke eiwitindustrie te verduurzamen? “Het eerste doel is een eerlijkere prijs voor zuivel en vlees. Dat betekent een prijs inclusief de kosten voor de schade aan klimaat, milieu, natuur en gezondheid. De meerprijs die hieruit ontstaat willen we voor een deel terugvoeren naar de boeren. Hiermee kunnen ze investeren in duurzaamheid en dierenwelzijn. Een ander deel is voor de consument, bijvoorbeeld om mensen te compenseren met lage inkomens en om de belasting op gezonde voeding naar 0 procent btw te brengen, zodat je bijvoorbeeld minder betaalt voor groente, fruit, vlees- en zuivelvervangers. Vanuit de maatschappij kunnen we aantonen dat hier veel draagvlak voor is, een meerderheid van de bevolking steunt deze plannen, ook in Duitsland en Frankrijk. In 2020 was onze petitie binnen een paar weken al 50.000 keer getekend. Welke partijen zijn bij jullie coalitie aangesloten? “Inmiddels hebben we zo’n 55 partners, met een achterban van 600.000 leden, variërend van dierenbeschermings- en milieuorganisaties, voedselorganisaties, producenten van vleesvervangers en boerenbrancheverenigingen. En er zijn ook veel jongerenorganisaties bij ons aangesloten, zoals de Jonge Klimaatbeweging. Jongeren beseffen maar al te goed dat zij het meest te verliezen hebben. Ook boerenorganisaties zijn bij ons aangesloten, zoals Caring Farmers en een netwerk van grondgebonden melkveehouders. Wel missen we helaas de steun van LTO (Land- en Tuinbouworganisatie Nederland), hoewel die echt wel de meerwaarde van onze plannen zien, maar op net een andere manier aan eerlijke prijzen willen werken. Je ziet nu dat door de omstandigheden in de wereld vlees al steeds duurder wordt. Een plan om dat nog duurder te maken, schrikt dan af.” Hoe proberen jullie invloed uit te oefenen op beleidsmakers? “We richten ons zowel op de Nederlandse als Europese politiek, al zijn het de EU-lidstaten zelf die over belastingen gaan en niet de EU. We kunnen de politiek in ieder geval duidelijk laten zien hoe we ons voorstel voor een eerlijke prijs doorberekend hebben. En we hebben een conceptwetsvoorstel gemaakt over hoe het systeem er volgens ons uit moet komen te zien. We merken dat we vanuit Europa veel medestanders hebben. In de Green Deal voor voedsel is het idee van een meerprijs op voedsel, inclusief de externe milieukosten, ook opgenomen. Wij hebben bij de EU met succes gepleit om een 0 procent btw-tarief mogelijk te maken voor gezond voedsel. Een meerderheid van het EU parlement vroeg echter ook om voedsel dat relatief vervuilend en ongezond is in het hoge btw-tarief te plaatsen van zo’n 21%. De weerstand zit hier nu bij de lidstaten. Die moeten de regelgeving uiteindelijk doorvoeren.” Hoe weet je wat een ‘eerlijke prijs’ voor een product is? “Daar zijn verschillende methodieken voor. Zo werken wij nauw samen met True Price die zich al jaren inzet voor het bereken van prijzen van producten inclusief milieu- en maatschappelijke kosten. En onderzoeksbureau CE Delft heeft een methodiek ontwikkeld waarmee de echte prijs van vlees berekend en vertaald kan worden in een fiscaal voorstel. Zij kijken bijvoorbeeld naar de maatschappelijke gevolgen van broeikasgassen, stikstof en fijnstof die worden uitgestoten tijdens de productie. Maar ze berekenen ook de schade aan de biodiversiteit.” Wat wordt de eerlijke prijs van vlees na deze berekening? “Gemiddeld wordt vlees dan 40 procent duurder. Maar de verschillen per soort zijn best groot. Kip wordt zo’n 20 eurocent per 100 gram duurder, terwijl de prijs voor rundvlees tot wel 57 eurocent per 100 gram stijgt. Logisch, want bij de productie van rundvlees zijn veel meer emissies gemoeid en is het landverbruik groter.” Ben je hoopvol dat we de transitie naar een duurzamer voedselsysteem op tijd kunnen maken? “Hoopvol wel. Maar je moet wel een lange adem hebben. Dit soort trajecten duren lang. De invoering van de CO2- en energieheffing heeft ook tien jaar geduurd. Een heffing op vlees blijft gevoelig, vooral bij rechtse partijen. Toch kunnen we er niet omheen dat hier iets mee moet gebeuren. In steeds meer landen zie je dat de discussie oplaait. We merken veel draagvlak voor het plan om de meerprijs terug te laten vloeien naar de boer en de consument. Het zijn echt niet alleen de linkse partijen die hierachter staan, ook CDA- en VVD-stemmers in meerderheid. We wisten de glastuinbouw aan ons te binden, net als drie topsectoren en 70 zorgorganisaties; die zien dat de meerprijs op vlees en 0 procent btw op groenten en fruit leidt tot minder zorgkosten. De steun is breed voor dit plan. Er lijkt wel echt iets te veranderen.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.