Hidde Middelweerd 09 september 2019, 09:36

1 miljoen hectare bos beschermd: hoe Greenchoice impact maakt met duurzaam bosbeleid

Steeds meer bedrijven bieden klanten tegenwoordig de kans om hun CO2-uitstoot te compenseren. Maar weinig van hen pakken zelf die handschoen op. Greenchoice doet dat al jaren. En met succes: dankzij het CO2-compensatiebeleid van de groene energieleverancier zijn inmiddels miljoenen bomen gepland en wordt meer dan een miljoen hectare bos beschermd.

Greenchoice ii

De opzet is simpel: voor iedere kuub aardgas die Greenchoice-klanten gebruiken, zet de energieleverancier een bedrag opzij voor duurzaam bosbeleid. Met dat geld wordt het aardgasgebruik van Greenchoice-klanten gecompenseerd, in de vorm van aanplanting en behoud van bossen.

“Om misverstanden maar meteen te voorkomen: daarmee praten we het gebruik van aardgas niet goed”, zegt Ruben Veefkind, manager strategie en CO2-projecten bij Greenchoice. “Elk huishouden moet op den duur aardgasvrij worden, maar dat kan nu eenmaal niet van de ene op de andere dag. Daarom nemen we tot die tijd onze verantwoordelijkheid, net zolang tot aardgas is vervangen door een duurzaam alternatief. Met andere woorden: CO2-compensatie is niet meer dan een transitieoplossing.”

Een dichtgetimmerd systeem

CO2-compensatie kan op allerlei manieren, bijvoorbeeld door een wind- of zonne-energieproject te sponsoren in ruil voor CO2-certificaten. Deze certificaten tonen aan dat jouw investering tot een bepaalde hoeveelheid CO2-reductie heeft geleid, waarmee je de CO2-uitstoot van je eigen bedrijfsvoering dus aantoonbaar compenseert.

'We praten het gebruik van aardgas niet goed'

Het bovenstaande is een serieus en dichtgetimmerd systeem, legt Veefkind uit: “Projecten die CO2-certificaten uitgeven, worden zeer secuur gemeten en geaudit. Daardoor weten we dat de gekochte certificaten ook daadwerkelijk impact hebben.”

De voordelen van bosgebied

Greenchoice koos er vanaf dag één voor om in te zetten op bosprojecten. “Aanplanting en behoud van bos is in onze ogen dé manier om met CO2-compensatie aan de slag te gaan”, verklaart Veefkind. “Naast de CO2 die bosgebied uit de lucht haalt, brengt het allerlei andere voordelen met zich mee.”

Bossen houden water bijvoorbeeld goed vast, produceren voedsel, zorgen voor verkoeling, hebben een positieve invloed op biodiversiteit én bieden gezonde recreatiemogelijkheden voor omwonenden. Veefkind: “Met andere woorden: elke euro die je in bossen steekt, betaalt zich op meerdere manieren terug.”

Wereldwijd bomen planten en bosgebied beschermen

Juist omdat het zo’n belangrijk thema is, kiest Greenchoice ervoor om een stap verder te gaan dan compensatie: overcompensatie. De energieleverancier steekt momenteel zo’n 70 procent van het beschikbare compensatiebudget in gecertificeerde bosprojecten van derden, in landen als Indonesië, Oeganda, Peru en Zimbabwe. Daarmee is de compensatie van het aardgasverbruik van alle Greenchoice-klanten gedekt. In 2018 werden bijvoorbeeld 42.500 bomen aangeplant in Indonesië. En in Peru wordt inmiddels een gebied van 98.932 hectare beschermd tegen ontbossing.

Greenchoice hanteert hierbij verschillende voorwaarden, om ervoor te zorgen dat de investeringen zoveel mogelijk impact maken. “Projecten moeten bijvoorbeeld voldoen aan de VCS (Verified Carbon Standard) en CCB-standaard (Climate, Community & Biodiversity Alliance)”, vertelt Veefkind. “Daarnaast moet de biodiversiteit gewaarborgd zijn en de lokale community meegenomen worden.”

  • Meer weten over de strategie van Greenchoice? Lees er meer over in het duurzaamheidsverslag van de energieleverancier.

Projecten in Nederland

De overige 30 procent van Greenchoice’s compensatiebudget wordt gestoken in bosprojecten die geen CO2-certificaten opleveren. Bijvoorbeeld omdat ze te klein zijn of in Nederland gevestigd zijn. “Klanten vroegen ons vaak: waarom investeren jullie niet in Nederlands bos? Dat heeft twee redenen”, aldus Veefkind. “Ten eerste omdat het geen CO2-certificaten oplevert; de CO2-reductie van Nederlandse bosprojecten komt automatisch op conto van de overheid. Ten tweede omdat het duurder is, waardoor je per euro minder impact maakt.”

Toch voelde Greenchoice zich geroepen om in eigen land actief te zijn. In Nederland gaat het bosareaal namelijk ook achteruit. De energieleverancier ondersteunt daarom ook projecten van Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Het Zuid-Hollands Landschap en zet in op Nederlandse voedselbossen. Veefkind is daar razend enthousiast over: “Er bestaat in Nederland een spanningsveld tussen landbouw en bosgebied: uitbreiding van bosgebied gaat ten koste van landbouw en vice versa. Een voedselbos brengt beide werelden samen: het bestaat uit verschillende lagen vegetatie die allemaal voedsel produceren, van fruit- en notenbomen tot bessenstruiken en kruiden.”

Een voedselbos als oplossing voor spanningsveld tussen landbouw en bosgebied

Samen met Staatsbosbeheer werd bijvoorbeeld de Houtrak aangelegd, een publiekelijk toegankelijk voedselbos van 7 hectare in de buurt van Amsterdam. “Het is vorig jaar pas aangelegd, dus de vegetatie reikt nu nog tot je schouders”, aldus Veefkind. “Maar over een paar jaar is het uitgegroeid tot een echt bos.”

Ook realiseerde Greenchoice een pilotbos van 1 hectare, samen met de Wageningen Universiteit, met het doel om kennis en ervaring op te doen. De eerste resultaten van dit pilotproject zijn interessant, aldus Veefkind: “Het laat zien dat een hectare voedselbos meer financiële winst kan opleveren dan een hectare landbouwgrond. Het is dus niet zomaar een leuk idee, er zit een goede businesscase achter.”

Voedselbossen op landbouwgrond

In de toekomst hoopt Greenchoice voedselbossen verder te brengen. “Het zou bijvoorbeeld geweldig zijn als boeren een deel van hun landbouwgrond inrichten als voedselbos. Met het oog op de droogte van vorige zomer kan dat ook economisch voordelig zijn: voedselbossen houden water veel beter vast.”

De energieleverancier voert momenteel gesprekken met boeren om daar vorm aan te geven. Het is daarbij vooral belangrijk dat welwillende boeren financieel ondersteund worden, benadrukt Veefkind. Voedselbossen worden namelijk na 7 jaar pas rendabel. “Om die periode te overbruggen, moet men steun van buitenaf krijgen. Ik hoop dat we dat in de toekomst voor elkaar kunnen krijgen.”

Van CO2-compensatie naar…

Het is slechts één van de toekomstdoelen die Greenchoice heeft op het gebied van duurzaam bosbeleid. “We hopen steeds vaker de aanstichter van bosprojecten te zijn, in plaats van enkel de investeerder”, stelt Veefkind.

Een belangrijke reden daarvoor: het is in de toekomst helemaal niet zo vanzelfsprekend dat bedrijven hun CO2-uitstoot via investeringen kunnen blijven compenseren. “Steeds meer landen gaan aan de slag met hun klimaatdoelstellingen en claimen daarom de CO2-reductie van bosprojecten voor hun eigen doelstellingen, zoals in Nederland al het geval is”, aldus Veefkind. “Dat maakt het lastig om te bewijzen dat een bosproject er zonder jouw investering niet was geweest, wat juist een vereiste is bij de uitgifte van CO2-certificaten.”

'Wie weet verdwijnt het woord CO2-compensatie op den duur wel'

Wat betekent dat voor bedrijven als Greenchoice? “Dat we niet langer aan onze klanten kunnen bewijzen dat we hun aardgasgebruik tot achter de komma compenseren. Wie weet, misschien verdwijnt het woord CO2-compensatie op den duur wel”, voorspelt Veefkind.

Misschien is dat helemaal niet erg, vervolgt hij. CO2-compensatie wordt namelijk ook wel eens als excuus gebruikt, om bepaalde dingen te blijven doen. “Maar dat is juist níét de bedoeling”, zegt hij. “Je eigen straatje schoonvegen, dat is het belangrijkst. CO2-compensatie komt er slechts bovenop.”

Een aardgasvrije wereld

En wat als het straatje schoon is en alle klanten van Greenchoice van het aardgas af zijn? Stopt de energieleverancier dan ook duurzaam bosbeleid? “Als je het mij vraagt, gaan we er gewoon mee door”, stelt Veefkind. “Ontbossing is een groot probleem: het moet niet zo zijn dat we in 2050 overal zonnepanelen en windmolens hebben staan, maar geen bos over hebben. Daarnaast moeten we in de toekomst ook een grote hoeveelheid CO2 uit de lucht halen. Daar hebben we nu eenmaal heel veel bomen voor nodig.”

“Zolang wij vinden dat we impact maken met ons duurzame bosbeleid blijven we het ook doen”, besluit hij. “Ook als we niet langer hard kunnen maken dat het ons aardgasgebruik compenseert.”

Beeldmateriaal: Greenchoice

De energietransitie in de zorg: ‘Als het hier kan, kan het overal’

“Verduurzaming is een uitdaging in onze sector”, zegt Jasper Meijer, bouwdirecteur Nieuw Amphia. “Vooral als het gaat om energieverbruik. Dat is heel hoog, met name door de grote hoeveelheid apparatuur. Die apparatuur genereert veel warmte, waardoor de behoefte aan koeling ook nog eens heel hoog is.”Johan van Baardwijk, markt directeur healthcare bij Engie, ziet die uitdaging juist als een kans. Engie is één van de partijen van bouwconsortium FourCare, dat de bouw van het ziekenhuis realiseerde. De technisch dienstverlener ziet de zorgsector als de ideale omgeving om nieuwe innovaties uit te rollen. De technische eisen zijn hoog: drukverschillen tussen ruimtes om besmetting te voorkomen, aan- en afvoer van medische gassen, verschillende soorten water van normaal tot hard tot gedemineraliseerd. “Als we hier dingen voor elkaar krijgen, dan kunnen we dat heel gemakkelijk kopiëren naar andere sectoren. Andersom is dat veel lastiger”, stelt Van Baardwijk.Minstens 5 procent van de totale CO2-uitstoot van Nederland wordt veroorzaakt door de zorgDuurzaamheid in de zorgDe urgentie van duurzaamheid is duidelijk: minstens 5 procent van de totale CO2-uitstoot van Nederland wordt veroorzaakt door de zorg. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) werkt de komende jaren samen met de zorgsector aan CO2-reductie, circulair inkopen, het verminderen van medicijnresten in water en een gezondheidsbevorderende omgeving.Met name op het gebied van CO2-reductie zet Nieuw Amphia daarin een grote stap vooruit. De focus ligt daarbij op het verduurzamen van de energievoorziening. Het ziekenhuis vult gemiddeld 85 procent van de energiebehoefte in met duurzame energie uit warmte- en koude-opslag (WKO). Hierbij wordt de temperatuur van het grondwater gebruikt om het gebouw te verwarmen of juist te koelen. Dat zorgt voor een CO2-reductie van 80 procent ten opzichte van het bestaande gebouw.Bovendien is het mogelijk om delen van het aangrenzende bestaande ziekenhuis te koppelen aan de energiecentrale in de nieuwbouw. De overcapaciteit van de warmteopwekking kan dan gebruikt worden voor het verwarmen van het bestaande gebouw. “Een kans voor verdere verduurzaming van het ziekenhuis in de toekomst”, zegt Van Baardwijk.Lees ook: Engie onderzoekt haalbaarheid warmte- en koude-opslag in DrentheEPC-normIn een Green Deal met de gemeente Breda committeert het Amphia Ziekenhuis zich samen met andere lokale zorginstellingen aan plannen op het gebied van duurzaamheid. Bijvoorbeeld zuinig en slim omgaan met water, energie, voedsel, afval en medicijnen.Een concrete uitdaging voor verduurzaming van ziekenhuizen is de EPC-norm (Energie Prestatie Coëfficient, red.). “Die is voor ziekenhuizen hetzelfde als voor andere gebouwen. Wij moeten dus ook net zo goed isoleren als woningen of kantoren. Alleen doordat onze apparatuur zoveel warmte creëert, hebben we ook heel veel koeling nodig. Ook dat heeft zijn weerslag op de EPC”, legt Meijer uit.In een lokale Green Deal werkt gemeente Breda samen met lokale zorginstellingen aan verduurzaming. Onderdeel daarvan is ook het aankaarten van dit soort uitdagingen bij de overheid. “Door dat gezamenlijk aan te pakken heb je veel meer slagkracht. Bovendien leidt de Green Deal ook tot samenwerking op andere thema’s. “Wij hebben bijvoorbeeld samen met onze buren, Avans Hogeschool, een rookvrije zone aangelegd”, zegt Meijer.Gezondheidsbevorderende omgevingNaast een duurzaam gebouw richt Nieuw Amphia zich op gepersonaliseerde zorg. “Patiënten moeten zo min mogelijk het gevoel hebben dat ze in het ziekenhuis zijn. We willen een gezondheidsbevorderende omgeving voor hen creëren”, zegt Meijer. Daarom heeft het ziekenhuis 572 eenpersoonskamers. Dit zorgt voor rust, comfort en privacy, waardoor patiënten bijvoorbeeld minder snel in een delier raken. Daarnaast zorgt de betere hygiëne in eenpersoonskamers voor hogere infectiepreventie.Kleine technische aanpassingen kunnen patiënten bovendien aanzienlijk meer comfort bieden. “Patiënten gaven bijvoorbeeld aan dat zij last hadden van het plafondlicht in de gangen. Dat scheen recht in hun ogen wanneer zij liggend vervoerd werden. Daarom hebben we gebruik gemaakt van vloeiende lichtlijnen langs de zijkanten van de plafonds in de gangen. Een simpele oplossing met een groot effect”, vertelt Van Baardwijk.Foto: Een gang onder het ziekenhuis maakt het makkelijker om patiënten snel en veilig te verplaatsen. Ook zorgt dit voor meer rust in de gangen, wat bijdraagt aan een gezondheidsbevorderende omgeving.Ook de wensen van medewerkers waren belangrijk voor het ziekenhuis. “Artsen die de hele dag op de OK staan, hadden er soms last van dat er geen natuurlijk licht binnenkwam. Daardoor kregen zij niets mee van het dagritme. Daarom hebben we overal in het ziekenhuis gezorgd dat er daglicht binnenkomt. Zelfs in de OK’s”, zegt Van Baardwijk.Lees ook: Zorgsector verduurzaamt door inzamelvat van gerecycled plastic voor specifiek ziekenhuisafvalVan wensen naar concrete plannenAlle partijen in het bouwconsortium FourCare hadden ervaring met het bouwen van ziekenhuizen. “Nederland loopt daarin echt voorop. Niet alleen qua zorgsysteem, ook op het gebied van techniek en bouw van ziekenhuizen”, stelt Meijer trots. “Vanuit heel Europa is er interesse in ons ziekenhuis, we hebben zelfs al bezoek gehad uit Zwitserland.”De uitdaging van samenwerken met zoveel partijen is volgens Van Baardwijk het vertalen van de wensen van het ziekenhuis naar concrete plannen. “Het Amphia zocht naar een balans tussen efficiënt en duurzaam bouwen en gepersonaliseerde zorg. Gedeelde badkamers zijn bijvoorbeeld veel efficiënter en goedkoper dan persoonlijke sanitairvoorzieningen in de kamers. Toch hebben we daar niet voor gekozen, omdat veiligheid, hygiëne en privacy bovenaan staan.”Innovatie in samenwerkingBijzonder aan het bouwproces van Nieuw Amphia is dat FourCare binnen het budget is gebleven en de bouwtermijn nauwelijks is overschreden. “Ik denk dat dit komt doordat we hebben gefunctioneerd als één organisatie, met universele werkkleding en een gezamenlijke keet. Daardoor konden we snel knopen doorhakken over wijzigingen in het bouwproces”, verklaart Van Baardwijk.Er zijn dan ook concrete plannen om door te gaan met FourCare. Inmiddels ligt er een concreet voorstel om het Radboud UMC in Nijmegen aan te pakken. Van Baardwijk: “De grootste innovatie zit niet op het technische vlak, maar in de samenwerking.”Lees ook: Modulair bouwen in de zorg: "Cliënten merken niet dat zij in een tijdelijk gebouw zitten"Hoofdbeeld: Amphia | In tekst beeld: Ingrid Clauwaert